Examen de lectura A2 (Lezen): formato, tiempo y práctica
Examen de lectura A2 (Lezen): formato, tiempo y práctica
Aprende el formato de A2 Lezen, el tiempo, el objetivo 18/25 y practica con 25 preguntas originales de lectura en neerlandés.
Autor
Por Inburgering.org team (Equipo editorial)
Revisor
Revisado por Kirill Svavolia (Revisión editorial)
Última actualización
El examen de lectura A2, llamado Lezen, es un examen de 65 minutos en ordenador con 25 preguntas de opción múltiple sobre textos prácticos en neerlandés. Usa 18 respuestas correctas de 25 como objetivo de aprobado. Lees e-mails cortos, avisos, horarios, folletos, normas y cartas, y eliges la respuesta que está respaldada por el texto.
Esta guía explica el formato, la estrategia de tiempo y los tipos de texto que debes practicar. También incluye un set original completo de 25 preguntas. Las preguntas de práctica de abajo no están copiadas de DUO ni de un examen oficial de muestra.
Los textos y preguntas de práctica de esta página son material educativo original, no preguntas oficiales de examen.
Puntos Clave
Formato del examen: A2 Lezen se hace en ordenador. Lees textos en neerlandés y respondes preguntas de opción múltiple.
Tiempo: el examen oficial A2 Lezen dura 65 minutos.
Objetivo de puntuación: intenta conseguir 18 respuestas correctas de 25. Si sacas 17, considéralo cerca, pero no seguro.
Práctica oficial: DUO/Inburgeren publica exámenes oficiales de práctica A2 para Lezen. Úsalos cuando ya entiendas la estrategia básica.
Resultados: DUO dice que los resultados de los exámenes de idioma A2 se envían en un plazo de 8 semanas y también pueden verse en Mijn Inburgering.
Respuesta Rápida: ¿Qué Es El Examen A2 Lezen?
¿Listo para empezar a practicar?
Accede a miles de preguntas de práctica con feedback instantáneo de IA
El examen A2 Lezen evalúa si puedes entender neerlandés escrito cotidiano lo suficiente para situaciones prácticas: trabajo, escuela, citas, transporte, tiendas, salud y servicios locales. La mayoría de las preguntas piden un detalle, un motivo, una regla, una fecha, un precio, una persona o el propósito principal del texto.
Tipo de texto
Lo que normalmente necesitas
E-mail o carta
Quién escribe, por qué escribe, qué debe hacer alguien y antes de cuándo.
Horario o tabla
La fila, columna, hora, fecha, precio, persona o lugar correcto.
Folleto o sitio web
Qué opción encaja con la situación de una persona y cuáles son las condiciones.
Normas o instrucciones
Qué está permitido, prohibido, requerido u opcional.
Invitación o aviso
Cuándo es, dónde es, qué llevar y cómo inscribirse.
Cómo Usar Los 65 Minutos
En A2 Lezen, leer despacio es menos útil que leer con objetivo. Lee primero la pregunta, decide qué tipo de información necesitas y luego escanea el texto para encontrar el lugar exacto donde aparece.
Lee la línea de contexto. Te dice si el texto es un e-mail de trabajo, un folleto, un aviso, un horario o una norma.
Lee la pregunta antes que el texto. Si la pregunta pide cuándo, busca días y horas. Si pregunta quién, busca nombres.
Comprueba las palabras pequeñas. Palabras como niet, alleen, uiterlijk, vanaf, tot, voor, na y behalve suelen decidir la respuesta.
No elijas solo porque suena lógico. Elige la opción que el texto realmente dice.
Reserva tiempo para revisar. Intenta terminar la primera vuelta en unos 55 minutos para tener tiempo de comprobar las respuestas marcadas.
25 Preguntas Originales De Práctica A2 Lezen
Usa esto como un set de práctica cronometrado. Pon un temporizador de 65 minutos, responde las 25 preguntas y mira la clave de respuestas solo al final. Los textos en neerlandés están escritos para ajustarse a la complejidad y estructura comunes de A2, pero son material de práctica único.
Texto 1: e-mail de la biblioteca
Context: Noor is lid van Bibliotheek Parkzicht. Zij krijgt een e-mail.
Tekst: Beste Noor, vanaf 1 april zijn de openingstijden van Bibliotheek Parkzicht anders. We zijn maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag open van 10.00 tot 17.00 uur. Op donderdag zijn we open tot 20.00 uur. Op zaterdag zijn we open van 10.00 tot 13.00 uur. Op zondag zijn we gesloten.
Hebt u een boek gereserveerd? Haal het dan binnen zeven dagen op bij de balie. Neem uw bibliotheekpas mee.
Op donderdag 4 april start de leesclub Nederlands eenvoudig. Wilt u meedoen? Meld u dan uiterlijk maandag 1 april aan via leesclub@parkzicht.nl. De leesclub is gratis. Koffie en thee kosten 1 euro.
Vraag 1. Waarom krijgt Noor deze e-mail? A. Omdat zij haar boeken moet terugbrengen. B. Omdat de bibliotheek vrijwilligers zoekt. C. Omdat de openingstijden veranderen en er een leesclub start.
Vraag 2. Noor werkt op werkdagen tot 18.00 uur. Wanneer kan zij een gereserveerd boek ophalen? A. op maandagavond B. op donderdagavond C. op zondagmiddag D. op vrijdagavond
Vraag 3. Noor wil meedoen met de leesclub. Wat moet zij doen? A. zich uiterlijk 1 april aanmelden via e-mail B. eerst 1 euro betalen bij de balie C. haar bibliotheekpas opsturen
Texto 2: carta del municipio
Context: Bewoners van de Polderstraat krijgen een brief van de gemeente.
Tekst: Aan de bewoners van de Polderstraat, op vrijdag 22 mei halen wij grofvuil op in uw straat. Daarna maakt de veegwagen de straat schoon. Wij vragen u om uw grofvuil donderdagavond na 20.00 uur buiten te zetten, of vrijdagmorgen voor 7.00 uur. Zet het grofvuil aan de rand van de straat. Zorg dat mensen nog goed over de stoep kunnen lopen.
U mag oude stoelen, matrassen en kartonnen dozen buiten zetten. Verf, olie, batterijen en gebroken glas nemen wij niet mee. Breng die spullen naar de milieustraat.
Omdat de veegwagen ruimte nodig heeft, moeten auto's vrijdag voor 8.00 uur uit de straat weg zijn.
Vraag 4. Waarom krijgen de bewoners deze brief? A. De gemeente geeft informatie over grofvuil en het schoonmaken van de straat. B. De gemeente vraagt bewoners om de stoep te repareren. C. De gemeente nodigt bewoners uit voor een vergadering.
Vraag 5. Mila heeft een oude stoel. Wanneer mag zij die buiten zetten? A. woensdagmiddag om 13.00 uur B. donderdagavond na 20.00 uur C. vrijdagmiddag na 13.00 uur
Vraag 6. Wat mag niet bij het grofvuil? A. een oud matras B. kartonnen dozen C. resten verf
Texto 3: folleto de reparación de bicicletas
Context: Laila leest een folder van Fietspunt Station Zuid.
Tekst: Fietspunt Station Zuid repareert fietsen van maandag tot en met vrijdag van 7.30 tot 18.00 uur. Op zaterdag zijn wij open van 10.00 tot 15.00 uur. Brengt u uw fiets voor 10.00 uur? Dan is de fiets vaak dezelfde dag na 16.00 uur klaar. Als wij een onderdeel moeten bestellen, bellen wij u.
Prijzen: Band plakken: 12 euro Nieuwe lamp: 8 euro Remmen afstellen: 15 euro Kleine servicebeurt: 35 euro
Wij repareren stadsfietsen en kinderfietsen. Accu's van elektrische fietsen en scooters repareren wij niet.
Vraag 7. Laila heeft een lekke band. Wat kost de reparatie? A. 8 euro B. 12 euro C. 15 euro D. 35 euro
Vraag 8. Rashid brengt zijn fiets om 9.00 uur. Wanneer is de fiets vaak klaar? A. dezelfde dag na 16.00 uur B. na twee weken C. op zondagmiddag
Vraag 9. Wat repareert Fietspunt Station Zuid niet? A. stadsfietsen B. kinderfietsen C. accu's van elektrische fietsen
Texto 4: e-mail de un centro de cursos
Context: De cursisten van een A2-groep krijgen een e-mail van Amina.
Tekst: Beste cursisten, dinsdag 14 mei is lokaal 3 gesloten. De muren worden daar geschilderd. De A2-les gaat wel gewoon door. De les is in de bibliotheek van het buurthuis, in kamer 2 op de eerste verdieping. We beginnen om 9.30 uur, zoals altijd.
We doen dinsdag een luisteroefening. Neem daarom uw werkboek en uw koptelefoon mee. U hoeft geen laptop mee te nemen. Het huiswerk is bladzijde 34 tot en met 36.
Kunt u niet komen? Stuur mij dan voor 9.00 uur een e-mail.
Groeten, Amina
Vraag 10. Waar is de A2-les op dinsdag 14 mei? A. in lokaal 3 B. in de bibliotheek, kamer 2 C. thuis, via internet
Vraag 11. Wat moeten de cursisten meenemen? A. een laptop B. een werkboek en koptelefoon C. kleding om te schilderen
Vraag 12. Tom kan dinsdag niet naar de les. Wat moet hij doen? A. Amina voor 9.00 uur e-mailen B. naar de gemeente bellen C. niets, want de les gaat niet door
Texto 5: información de la piscina
Context: Priya bekijkt de website van zwembad De Brug.
Tekst: Zwembad De Brug heeft verschillende abonnementen.
Basis: 24 euro per maand. U mag zwemmen op alle openingstijden. Daluren: 15 euro per maand. U mag zwemmen op werkdagen van 7.00 tot 12.00 uur. Avondpas: 18 euro per maand. U mag zwemmen van maandag tot en met donderdag van 18.00 tot 22.00 uur. Weekendpas: 14 euro per maand. U mag zwemmen op zaterdag en zondag van 9.00 tot 17.00 uur.
Op zondag is er gezinszwemmen van 10.00 tot 13.00 uur. Kinderen jonger dan 12 jaar mogen alleen zwemmen met een volwassene. Op feestdagen is het zwembad gesloten. Aanmelden kan bij de balie. Neem uw legitimatiebewijs en bankpas mee.
Vraag 13. Priya kan alleen op maandagavond zwemmen. Welk abonnement past het beste? A. Daluren B. Avondpas C. Weekendpas
Vraag 14. Joris wil op zondag met zijn dochter van 8 jaar zwemmen. Wanneer kan dat? A. zondag van 10.00 tot 13.00 uur B. maandag van 7.00 tot 12.00 uur C. vrijdag van 18.00 tot 22.00 uur
Vraag 15. Wat is de regel voor kinderen jonger dan 12 jaar? A. Zij moeten met een volwassene zwemmen. B. Zij mogen gratis alleen zwemmen. C. Zij mogen alleen op zaterdag zwemmen.
Texto 6: normas de baja por enfermedad en el trabajo
Context: Amir werkt in cafe Morgen. Hij leest de regels voor ziek melden.
Tekst: Bent u ziek voordat uw dienst begint? Bel dan manager Ruben zo snel mogelijk. Doe dit uiterlijk een uur voordat uw dienst begint. Stuur niet alleen een bericht in de groepsapp. Kunt u Ruben niet bereiken? Bel dan naar het cafe: 020 - 448 11 20.
Wordt u ziek tijdens het werk? Vertel dit eerst aan de shiftleider. Daarna bespreekt u samen of u naar huis kunt gaan.
Tijdens het telefoongesprek vertelt u hoe wij u kunnen bereiken en wanneer u denkt weer te kunnen werken. U hoeft geen medische details te vertellen.
Vraag 16. Amir begint om 12.00 uur en is ziek. Hoe laat moet hij uiterlijk bellen? A. om 10.00 uur B. om 11.00 uur C. om 12.00 uur D. om 13.00 uur
Vraag 17. Amir wordt ziek terwijl hij werkt. Wat moet hij eerst doen? A. Naar huis gaan en morgen een bericht sturen. B. Het aan de shiftleider vertellen voordat hij naar huis gaat. C. Wachten tot zijn dienst klaar is.
Vraag 18. Wat hoeft Amir niet te vertellen? A. hoe hij bereikbaar is B. wanneer hij denkt weer te werken C. medische details
Texto 7: día de plantas del barrio
Context: De bewoners van de wijk krijgen een uitnodiging.
Tekst: Beste buren, op zaterdag 6 juni organiseren we een plantendag op het Speelplein. We beginnen om 10.00 uur en stoppen om 15.00 uur. Samen zetten we nieuwe planten in de bakken en maken we de banken schoon. De gemeente geeft planten en aarde.
Om 12.30 uur is er een gratis lunch. Neem wel uw eigen beker mee. Hebt u tuinhandschoenen? Neem die dan ook mee. Voor kinderen is er vanaf 13.00 uur een activiteit: zij kunnen bloempotten schilderen.
Wilt u meedoen? Meld u dan voor maandag 1 juni aan bij Sara. Zij moet weten hoeveel mensen blijven lunchen. Bij slecht weer is de plantendag in de gymzaal van basisschool De Horizon. De tijd blijft hetzelfde.
Vraag 19. Waarom moeten bewoners zich aanmelden? A. Sara moet weten hoeveel mensen lunchen. B. De bewoners moeten planten kiezen. C. De bewoners moeten voor de activiteit betalen.
Vraag 20. Wat moet iedereen meenemen? A. een eigen beker B. eigen lunch C. planten voor het plein
Vraag 21. Wat gebeurt er bij slecht weer? A. De plantendag gaat niet door. B. De plantendag is in de gymzaal van De Horizon. C. De plantendag is een week later.
Texto 8: cita cambiada
Context: Meneer Iqbal krijgt een brief van de fysiopraktijk.
Tekst: Geachte meneer Iqbal, u had op maandag 3 juli om 9.00 uur een afspraak bij fysiotherapeut Van Dijk. Van Dijk heeft die dag een training. Daarom hebben wij uw afspraak verplaatst naar woensdag 5 juli. De tijd blijft 9.00 uur. Uw afspraak is dan bij mevrouw Mertens.
Kunt u op 5 juli niet komen? Bel ons dan voor vrijdag 30 juni. Neem naar de eerste afspraak een handdoek en de verwijsbrief van uw huisarts mee. Sportschoenen zijn bij de eerste afspraak niet nodig.
Met vriendelijke groet, Fysiopraktijk De Singel
Vraag 22. Waarom is de afspraak verplaatst? A. De fysiotherapeut heeft een training. B. Meneer Iqbal was de afspraak vergeten. C. De praktijk is met vakantie.
Vraag 23. Wat moet meneer Iqbal meenemen? A. sportschoenen B. een handdoek en verwijsbrief C. zijn bankpas
Texto 9: turno de trabajo
Context: Fatima werkt in een zorgcentrum. Zij krijgt een e-mail van haar teamleider.
Tekst: Beste team, omdat twee collega's vakantie hebben, gebruiken we zaterdag een ander rooster. Kijk goed in de tabel. Wilt u een dienst ruilen? Regel dit dan zelf met een collega en vertel het mij voor vrijdag. De lunchpauze duurt 30 minuten. Neem niet allemaal tegelijk pauze.
Rooster zaterdag 08.00-12.00: De Linde - Nora en Mehmet; De Roos - Fatima; Keuken - Leo. 12.00-16.00: De Linde - Fatima en Iris; De Roos - Nora; Keuken - Mehmet. 16.00-20.00: De Linde - Iris; De Roos - Fatima en Leo; Keuken - Nora.
Groeten, Mila
Vraag 24. Fatima werkt van 12.00 tot 16.00 uur. Met wie werkt zij dan samen? A. met Iris B. met Nora C. met Leo D. met Mehmet
Vraag 25. Op welke afdeling werkt Fatima van 16.00 tot 20.00 uur? A. De Linde B. De Roos C. Keuken
Clave De Respuestas Y Evidencia
Después de comprobar tus respuestas, vuelve al texto en neerlandés y encuentra tú mismo la línea de evidencia. Ese hábito importa más que memorizar esta clave de respuestas.
1. C - El e-mail da horarios de apertura modificados y anuncia el club de lectura.
2. B - El jueves es la única tarde entre semana en la que la biblioteca abre hasta las 20.00.
3. A - El texto dice que hay que inscribirse por e-mail uiterlijk maandag 1 april.
4. A - La carta explica la recogida de grofvuil y la limpieza de la calle.
5. B - El grofvuil puede sacarse el jueves después de las 20.00 o el viernes antes de las 7.00.
6. C - La pintura debe llevarse a la milieustraat.
7. B - Band plakken cuesta 12 euros.
8. A - Las bicicletas llevadas antes de las 10.00 suelen estar listas el mismo día después de las 16.00.
9. C - La tienda no repara baterías de e-bike.
10. B - La clase es en la biblioteca, sala 2, en la primera planta.
11. B - Los estudiantes deben traer el cuaderno de trabajo y auriculares.
12. A - Amina pide a los estudiantes ausentes que envíen un e-mail antes de las 9.00.
13. B - El Avondpas es para las tardes de lunes a jueves.
14. A - La natación familiar es el domingo de 10.00 a 13.00.
15. A - Los niños menores de 12 años solo pueden nadar con un adulto.
16. B - Amir debe llamar una hora antes de un turno a las 12.00, es decir uiterlijk 11.00.
17. B - Si se enferma en el trabajo, primero debe avisar al jefe de turno.
18. C - No tiene que contar detalles médicos.
19. A - Sara necesita saber cuántas personas comerán el almuerzo.
20. A - Todos deben traer su propia taza.
21. B - Con mal tiempo, la actividad se traslada al gimnasio de la escuela.
22. A - Van Dijk tiene formación el día de la cita original.
23. B - Debe traer una toalla y la carta de derivación.
24. A - De 12.00 a 16.00, Fatima trabaja con Iris en De Linde.
25. B - De 16.00 a 20.00, Fatima trabaja en De Roos.