Inburgering.org Logo

Inburgering.org

  • Cursussen
  • Exameninfo
  • Podcasts
  • Gratis
Inburgering.org Logo

Inburgering.org

Prijzen

Exameninfo

Podcasts

Grammatica

Privacybeleid

Algemene voorwaarden

Veelgestelde vragen

Contact

Partners

Luisteren

A1

A2

B1

B2

Lezen

A1

A2

B1

B2

Spreken

A1

A2

B1

B2

Schrijven

A1

A2

B1

B2

Inburgering

A1

A2

B1

B2

KNM

KNS

Hulp nodig?
Neem contact met ons op via info@inburgering.org

Word lid van onze community:

Instagram

Oefenbot

Telegram-groep

Facebook-groep:

A1

A2

B1

B2

Telegram-kanalen:

A1

A2

B1

B2

© 2026 Inburgering.org. Alle rechten voorbehouden.

Inburgering.org/Grammar/Lidwoorden gebruiken: waar Nederlands en Engels verschillen

Lidwoorden gebruiken: waar Nederlands en Engels verschillen

Nederlands en Engels gebruiken lidwoorden meestal op dezelfde manier, maar er zijn terugkerende verschillen — Ik ben leraar, in de zomer, met de trein, in het Nederlands.

Nederlands en Engels gebruiken lidwoorden meestal op dezelfde manier, dus je kunt vaak woord voor woord vertalen. Maar er is een handvol terugkerende verschillen. Soms laat het Nederlands een lidwoord weg dat het Engels wel gebruikt (Ik ben leraar); soms houdt het Nederlands er een dat het Engels weglaat (in de zomer).

Waar de twee talen verschillen

Een klein aantal alledaagse situaties gooit de woord-voor-woordaanpak in de war: in sommige verdwijnt het Nederlandse lidwoord, in andere blijft het staan terwijl het Engels het weglaat. Werk de gevallen hieronder door — bij elk staat welke kant het op gaat — en behandel alles daarbuiten als een vaste uitdrukking om uit je hoofd te leren.

  • Beroepen en rollen na zijn of worden: het Nederlands gebruikt geen lidwoord waar het Engels a/an nodig heeft. Mijn zus is advocaat. Hij wordt directeur. Meer hierover bij een en het lidwoord weglaten.
  • Een instrument bespelen na spelen: het instrument staat kaal, terwijl het Engels the zegt. Zij speelt viool. Hij speelt trompet.
  • Seizoenen: hier duikt het lidwoord in het Nederlands op, maar niet in het Engels. in de zomer, in de winter, in de lente.
  • Een taal noemen: het Nederlands voegt het toe, maar alleen na een voorzetsel — meestal in. De handleiding is in het Duits. Praat met de patiënt in het Engels. Haal het voorzetsel weg en het lidwoord gaat mee: Mijn buurman leert Nederlands.
  • Een algemene uitspraak over iets in het algemeen: het Nederlands houdt het lidwoord, het Engels laat het meestal weg. Het leven is mooi. De natuur is kwetsbaar.

Vaste uitdrukkingen om te onthouden

Veel alledaagse uitdrukkingen leggen het lidwoord vast op een manier die niet met het Engels overeenkomt. Waar een uitdrukking wél een lidwoord houdt, bepaalt het geslacht de of het; het enige echte verschil met het Engels is of er wel of geen lidwoord staat — sommige uitdrukkingen houden er een waar het Engels het weglaat, en een paar laten er een weg waar het Engels het houdt.

DutchNederlands
met de treinEngels laat het lidwoord weg
met de autoEngels laat het lidwoord weg
op de fietsEngels laat het lidwoord weg
in het ziekenhuisEngels laat het lidwoord weg
naar het stationEngels houdt het lidwoord ook
's ochtends / 's avondsvaste 's-vorm (uit des)
naar de kerk / op kantoorde bij kerk, geen lidwoord bij kantoor

De kleine 's in 's ochtends en 's avonds is een bevroren overblijfsel van een oud lidwoord (des), en daarom draagt hij altijd een apostrof. Het is een vaste vorm — voeg er geen tweede lidwoord aan toe.

Veelgemaakte fouten

De meest gemaakte fout van Engelstaligen is a/an toevoegen bij een beroep: Ik ben een leraar moet Ik ben leraar zijn. De omgekeerde fout is het lidwoord weglaten bij een seizoen: in zomer moet in de zomer zijn. Als een uitdrukking vast aanvoelt, leer hem dan in zijn geheel in plaats van het lidwoord uit het Engels te vertalen.

  • Vul in: *___ is het vaak koud.* (winter)
    • In winter
    • In de winter
    • In het winter
    • Winter

    Het Nederlands houdt het lidwoord bij seizoenen, en *winter* is een *de*-woord: *in de winter*, ook al zegt het Engels 'in winter'.

  • Wat is correct Nederlands voor 'He plays the guitar'?
    • Hij speelt de gitaar.
    • Hij speelt gitaar.
    • Hij speelt een gitaar.
    • Hij speelt het gitaar.

    Instrumenten na *spelen* krijgen geen lidwoord in het Nederlands: *Hij speelt gitaar*, waar het Engels 'the guitar' zegt.

  • Vul in: *Ze schrijft het rapport ___.* (Nederlands)
    • in Nederlands
    • in het Nederlands
    • in de Nederlands
    • in een Nederlands

    Een taal na een voorzetsel krijgt *het*: *in het Nederlands.* Zonder voorzetsel blijft hij kaal: *Ik spreek Nederlands.*

  • Hoe zeg je 'by train' in het Nederlands?
    • met trein
    • bij de trein
    • met de trein
    • per een trein

    Dit is een vaste uitdrukking die het lidwoord houdt: *met de trein.* Het Engels laat het weg ('by train'), het Nederlands niet.

  • Zoek de fout: *Ik ben een leraar op een basisschool.*
    • *een leraar* moet *leraar* zijn
    • *een basisschool* moet *de basisschool* zijn
    • *ben* moet *word* zijn
    • er is niets fout

    Een beroep na *zijn* krijgt geen lidwoord, dus het moet *Ik ben leraar* zijn. Het Engelse 'a teacher' gaat hier niet mee over in het Nederlands.

Test jezelf

Question 1 of 5

Vul in: ___ is het vaak koud. (winter)

See also

  • een en wanneer het Nederlands het lidwoord weglaat
  • de of het? Het geslacht van zelfstandige naamwoorden
  • Kernvoorzetsels: in, op, aan, naar, van, met