Wat mag er binnen de Nederlandse werkwoordgroep staan?
Wanneer een scheidbaar voorvoegsel of materiaal dat nauw bij het hoofdwerkwoord hoort een verder aaneengesloten eindgroep mag onderbreken.
Zowel ... dat Lotte het formulier in had kunnen vullen als ... dat Lotte het formulier had kunnen invullen is standaardtaal. In de eerste zin staat het losse voorvoegsel in vóór de hele werkwoordgroep; in de tweede blijft invullen aaneengeschreven.
Hoe bepaal je wat een werkwoordgroep mag onderbreken?
Houd niet-werkwoordelijk materiaal standaard buiten de werkwoordgroep. Een gedocumenteerd scheidbaar voorvoegsel of een element dat met het hoofdwerkwoord een bijzonder hechte uitdrukking vormt, kan een uitzondering zijn.
- Markeer de volledige werkwoordgroep aan het einde, zoals had kunnen invullen.
- Controleer of het hoofdwerkwoord scheidbaar is. Bij invullen kan het voorvoegsel in aan vullen blijven of direct vóór de hele werkwoordgroep staan.
- Zet dat voorvoegsel normaal niet tussen twee hulpwerkwoorden. had in kunnen vullen is zeldzaam en de algemene aanvaardbaarheid ervan is onzeker.
- Is het materiaal geen scheidbaar voorvoegsel, controleer dan of het bij een vaste uitdrukking hoort, zoals melding maken of te woord staan.
- Zet een gewoon voorwerp, een bijwoord van wijze of een onbekende combinatie vóór de hele werkwoordgroep.
| Plaats van scheidbaar in | Voorbeeld | Praktische status |
|---|---|---|
| vast aan de hoofdinfinitief | ... dat Lotte het formulier had kunnen invullen. | correct; in het algemeen de frequentere vorm en gebruikelijk in schrijftaal |
| vóór de hele werkwoordgroep | ... dat Lotte het formulier in had kunnen vullen. | correct; relatief frequent in spreektaal en in Nederland |
| tussen de hulpwerkwoorden | ... dat Lotte het formulier had in kunnen vullen. | zeldzaam en twijfelachtig; vermijd dit als algemeen productiepatroon |
Geen van de eerste twee varianten is beter Nederlands. Splitsing komt vaker voor met een infinitief en in een langere werkwoordgroep. De aaneengeschreven vorm komt in het algemeen vaker voor, evenals in schrijftaal, in België en wanneer het hoofdwerkwoord een deelwoord is. ... dat Lotte het formulier had ingevuld is dus gebruikelijker dan ... dat Lotte het formulier in had gevuld.
Dit is een gevorderde uitbreiding van de plaatsing van scheidbare voorvoegsels. Het gaat om de vraag of een voorvoegsel over de grens van de werkwoordgroep heen staat. Het bepaalt niet de onderlinge volgorde van de werkwoorden. Gebruik voor die afzonderlijke keuze de volgorde binnen een werkwoordgroep met drie werkwoorden.
Welke hechte uitdrukkingen mogen de werkwoordgroep onderbreken?
Sommige korte bijvoeglijke naamwoorden en woorden uit vaste meerwoordige uitdrukkingen kunnen direct vóór het hoofdwerkwoord binnen een werkwoordgroep staan. In de behoudende variant staat dat materiaal vóór de volledige groep. De onderbroken variant is gedocumenteerd, maar de natuurlijkheid ervan kan per spreker en uitdrukking verschillen.
| Uitdrukking | Behoudende plaatsing | Gedocumenteerde onderbreking |
|---|---|---|
| bang maken | ... dat het bericht kinderen bang zou kunnen maken. | ... dat het bericht kinderen zou kunnen bang maken. |
| plaats nemen | ... dat bezoekers vooraan plaats konden nemen. | ... dat bezoekers vooraan konden plaats nemen. |
| melding maken | ... dat de inspecteur daarvan melding heeft gemaakt. | ... dat de inspecteur daarvan heeft melding gemaakt. |
| blijk geven | ... dat zij daarvan blijk heeft gegeven. | ... dat zij daarvan heeft blijk gegeven. |
| te woord staan | ... dat de baliemedewerker ons te woord zou staan. | ... dat de baliemedewerker ons zou te woord staan. |
Deze grens is geen volledige lijst die je alleen uit de betekenis kunt afleiden. Ook de bronnen beschrijven onzekerheid en variatie tussen sprekers. Leer een onderbroken vorm als onderdeel van de uitdrukking en kies bij twijfel de behoudende plaatsing.
Wat moet in de gedeelde standaardtaal buiten de werkwoordgroep blijven?
Een gewoon voorwerp of bijwoord van wijze onderbreekt de werkwoordgroep normaal niet in de standaardtaal die in het hele taalgebied wordt gedeeld. Zet beide vóór alle afsluitende werkwoorden: ... dat Farah het rapport zorgvuldig had gelezen.
| Materiaal | Plaatsing in de gedeelde standaardtaal | Gebruik niet als gedeelde standaardkeuze |
|---|---|---|
| gewoon voorwerp | ... dat Ravi het dossier moest controleren. | ... dat Ravi moest het dossier controleren. |
| bijwoord van wijze | ... dat Farah zorgvuldig had gewerkt. | ... dat Farah had zorgvuldig gewerkt. |
| gewone richtingsbepaling | ... dat we na afloop naar huis konden gaan. | ... dat we na afloop konden naar huis gaan is regionaal, vooral Belgisch Nederlands |
Regionaal Belgisch Nederlands laat meer materiaal binnen werkwoordgroepen toe, waaronder sommige gewone voorwerpen, bijwoorden en richtingsbepalingen. Dat is gedocumenteerde regionale variatie, geen willekeurige woordvolgorde. Zet voor tekst die voor het hele Nederlandse taalgebied bedoeld is deze elementen vóór de volledige werkwoordgroep.
Wanneer onderbreek je de werkwoordgroep?
- Bij een scheidbare hoofdinfinitief kun je het werkwoord bijeenhouden of het voorvoegsel direct vóór de hele werkwoordgroep zetten.
- Verwacht de variant met gesplitst voorvoegsel vaker in Nederlandse spreektaal en de ongesplitste variant vaker in schrijftaal en Belgisch Nederlands.
- Herken onderbreking in een beperkt aantal vaste uitdrukkingen zoals blijk geven of te woord staan. Zet bij twijfel het niet-werkwoordelijke deel vóór de hele groep.
- Zet een gewoon voorwerp of bijwoord van wijze vóór alle werkwoorden in de gedeelde standaardtaal.
- Behandel een richtingsbepaling binnen de werkwoordgroep als regionale Belgische variatie. Gebruik de positie buiten de groep als standaard voor het hele taalgebied.
Veelgemaakte fouten
- Zet een scheidbaar voorvoegsel niet standaard tussen twee hulpwerkwoorden. Gebruik in had kunnen vullen of had kunnen invullen, niet het twijfelachtige had in kunnen vullen.
- Trek uit heeft blijk gegeven geen regel voor elk zelfstandig naamwoord en werkwoord. Een hechte vaste uitdrukking staat dat patroon toe; een gewoon lijdend voorwerp niet in de gedeelde standaardtaal.
- Noem een Belgische richtingsbepaling binnen de werkwoordgroep niet overal fout. De vorm is regionaal; kies de buitenpositie als je een gedeelde geschreven vorm nodig hebt.
- Gebruik deze pagina niet om de werkwoorden te herschikken. De plaatsing van voorvoegsels en niet-werkwoordelijk materiaal is één keuze; rode, groene of middenvolgorde van werkwoorden is een andere.
Lees ook
Herhaal de plaatsing van scheidbare voorvoegsels, scheidbare en onscheidbare werkwoorden en de gewone werkwoordgroep aan het einde. Houd dit patroon gescheiden van de woordvolgorde in het aan het-duratief en van de werkwoordvolgorde binnen de groep.
- Welk paar geeft de twee standaardplaatsen van het voorvoegsel *in* bij *had kunnen vullen*?
- *had in kunnen vullen* en *had kunnen in vullen*
- *in kunnen had vullen* en *had invullen kunnen*
- *in had kunnen vullen* en *had kunnen invullen*
- *had kunnen vullen in* en *kunnen invullen had*
Zet het losse voorvoegsel *in* direct vóór de hele werkwoordgroep of houd het vast aan *vullen*: *in had kunnen vullen* en *had kunnen invullen*.
- Welke plaatsing vermijd je als algemeen patroon omdat het voorvoegsel tussen twee hulpwerkwoorden staat?
- *... dat ze de code door had kunnen sturen.*
- *... dat ze de code had door kunnen sturen.*
- *... dat ze de code had kunnen doorsturen.*
- *... dat ze de code niet had kunnen doorsturen.*
In *had door kunnen sturen* staat het voorvoegsel *door* tussen de hulpwerkwoorden *had* en *kunnen*. Die volgorde is zeldzaam en twijfelachtig. Zet *door* vóór de hele groep of schrijf het vast aan *sturen*.
- Welke zin toont gedocumenteerde onderbreking door materiaal uit een vaste uitdrukking?
- *... dat zij heeft het verslag gelezen.*
- *... dat zij had aandachtig gelezen.*
- *... dat zij zou gisteren vertrekken.*
- *... dat zij daarvan heeft blijk gegeven.*
*blijk geven* is een vaste uitdrukking. Het zelfstandig naamwoord *blijk* kan tussen het hulpwerkwoord *heeft* en het hoofddeelwoord *gegeven* staan.
- Welke zin houdt een gewoon voorwerp en een bijwoord van wijze buiten de werkwoordgroep in de gedeelde standaardtaal?
- *... dat Farah het rapport zorgvuldig had gelezen.*
- *... dat Farah had het rapport zorgvuldig gelezen.*
- *... dat Farah het rapport had zorgvuldig gelezen.*
- *... dat Farah had zorgvuldig het rapport gelezen.*
Zowel *het rapport* als *zorgvuldig* staat vóór de volledige werkwoordgroep *had gelezen*. Gewone voorwerpen en bijwoorden van wijze volgen die plaatsing in de gedeelde standaardtaal.
- Hoe beschrijf je *... dat we konden naar huis gaan*?
- Dit is de enige standaardvolgorde voor een richtingsbepaling.
- Dit is overal in het Nederlandse taalgebied fout.
- Dit is gedocumenteerde regionale variatie, vooral in Belgisch Nederlands; de gedeelde standaard zet *naar huis* vóór de werkwoordgroep.
- Dit verandert de werkwoorden van rode in groene volgorde.
Een richtingsbepaling binnen de werkwoordgroep is regionaal, vooral Belgisch Nederlands. Gebruik voor de gedeelde geschreven standaard *... dat we naar huis konden gaan*.
Test jezelf
Question 1 of 5
Welk paar geeft de twee standaardplaatsen van het voorvoegsel in bij had kunnen vullen?