Nederlandse samenstellingen: schrijf de delen aan elkaar
Het Nederlands voegt woorden samen tot samenstellingen. Het laatste zelfstandig naamwoord bepaalt meestal of het woord de of het krijgt en hoe je het meervoud vormt. Sommige samenstellingen hebben een koppelteken of tussenletter nodig.
De keukentafel is in het Nederlands één woord. Keuken en tafel vormen samen één zelfstandig naamwoord: een samenstelling.
Lees eerst het laatste zelfstandig naamwoord
In het Nederlandse basispatroon is het laatste zelfstandig naamwoord de kern. De kern geeft de samenstelling haar hoofdbetekenis. Het deel ervoor maakt die betekenis preciezer. De keukentafel is een soort tafel, niet een soort keuken.
| Delen | Samenstelling | Laatste zelfstandig naamwoord | Betekenis |
|---|---|---|---|
| tand + arts | de tandarts | arts | arts die je gebit behandelt |
| voor + deur | de voordeur | deur | deur aan de voorkant |
| stad + huis | het stadhuis | huis | gebouw van het gemeentebestuur |
| appel + taart | de appeltaart | taart | taart met appels |
| eet (de stam van eten) + kamer | de eetkamer | kamer | kamer om te eten |
Wat kan vooraan staan?
- Een zelfstandig naamwoord kan vooraan staan: appel + taart → de appeltaart.
- In een vaste samenstelling kan een bijvoeglijk naamwoord vooraan staan: klein + geld → het kleingeld. Gewone groepen met een bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord, zoals rode jurk, blijven los.
- Een voorzetsel of bijwoord kan vooraan staan: achter + deur → de achterdeur.
- Een werkwoord kan zijn stam leveren, met de gewone spelling van de stam: eten → eet + kamer → de eetkamer.
Herken tussenletters
Sommige samenstellingen krijgen een tussenletter tussen de delen.
| Delen | Samenstelling | Tussenletter |
|---|---|---|
| verjaardag + feest | verjaardagsfeest | -s- |
| pan + koek | pannenkoek | -en- |
| kind + boek | kinderboek | -er- |
Uit de losse woorden kun je de tussenletter niet altijd betrouwbaar afleiden. Leer of controleer het hele woord en bekijk daarna tussenletters in samenstellingen voor de spellingpatronen.
Het laatste zelfstandig naamwoord bepaalt het lidwoord en het meervoud
De kern bepaalt het lidwoord de of het en het meervoudspatroon van de samenstelling. Bij de regelmatige samenstellingen hier houd je het eerdere deel hetzelfde en maak je het laatste zelfstandig naamwoord meervoud.
| Laatste zelfstandig naamwoord | Samenstelling | Meervoud |
|---|---|---|
| de deur → deuren | de voordeur | voordeuren |
| het huis → huizen | het stadhuis | stadhuizen |
| de taart → taarten | de appeltaart | appeltaarten |
| de arts → artsen | de tandarts | tandartsen |
Met de regel van het laatste zelfstandig naamwoord kun je veel vormen voorspellen: huis is een het-woord, dus stadhuis en ziekenhuis zijn dat ook. Controleer een vast woord in een woordenboek als het niet bij het basispatroon past of als je de kern niet herkent.
Schrijf een samenstelling aaneen, tenzij een koppelteken nodig is
Schrijf de delen van een Nederlandse samenstelling meestal aaneen: appeltaart en voordeur. Een spatie is hier fout. Schrijf dus niet keuken tafel of tand arts.
Sommige samenstellingen hebben een koppelteken nodig in plaats van een gewone aaneenschrijving. De pagina over koppeltekens in samenstellingen behandelt de verplichte gevallen, het facultatieve verduidelijkende koppelteken en het weglatingsstreepje. Een spatie vervangt geen van beide spellingen.
Ontleed lange samenstellingen van rechts naar links
Het Nederlands kan langere samenstellingen maken van samenstellingen die al bestaan. Begin bij het zelfstandig naamwoord rechts en werk daarna in blokken naar links.
- badkamer + deur → de badkamerdeur. Het is een soort deur, dus het krijgt de.
- ziektekosten + verzekering → de ziektekostenverzekering. Het is een soort verzekering, dus het krijgt de.
Controleer een samenstelling in vier stappen
- Zoek het laatste zelfstandig naamwoord: dat is meestal de kern.
- Gebruik de kern om de hoofdbetekenis te begrijpen en de of het te kiezen.
- Gebruik het meervoudspatroon van de kern voor de hele samenstelling.
- Schrijf de delen aan elkaar en controleer daarna of een koppelteken of tussenletter nodig is.
- *De stad* + *het huis*: welk lidwoord krijgt de samenstelling?
- *het stadhuis*
- *de stadhuis*
- *de* of *het*
- geen lidwoord
Het laatste zelfstandig naamwoord is de kern. *Huis* is een het-woord, dus de regelmatige samenstelling is *het stadhuis*.
- Wat is de kern van *appeltaart*?
- *appel*
- *taart*
- *fruit*
- *oven*
Het laatste zelfstandig naamwoord is de kern en draagt de hoofdbetekenis. *Appeltaart* is daarom een soort *taart*, niet een soort appel.
- Maak het meervoud van *voordeur*: *twee ___*.
- *voordeurs*
- *voorendeuren*
- *voordeuren*
- *voordeur*
Gebruik het meervoudspatroon van de kern. *Deur* → *deuren*, dus *voordeur* → *voordeuren*.
- Welke spelling is juist voor *keuken* + *tafel*?
- *keukentafel*
- *keuken tafel*
- *keuken-tafel*
- *keukentafle*
Deze regelmatige samenstelling heeft geen koppelteken nodig, dus de delen worden aaneengeschreven: *keukentafel*.
- Welke spelling is juist voor *badkamer* + *deur*?
- *badkamer deur*
- *badkamerdeur*
- *bad-kamerdeur*
- *badkamers deur*
Een gewone Nederlandse samenstelling is één woord: *badkamerdeur*. Het is een soort *deur* en geen afzonderlijke spellingregel vereist hier een koppelteken.
Test jezelf
Question 1 of 5
De stad + het huis: welk lidwoord krijgt de samenstelling?