Nederlandse verkleinwoorden: enkelvoud, meervoud en betekenis
Een verkleinwoord kan grootte of een toon uitdrukken. In het enkelvoud krijgt het het; in het meervoud krijgt het -s en de.
Ik woon in een huisje. Het woord huisje is een verkleinwoord: een zelfstandig naamwoord met een verkleinuitgang. Zo’n vorm kan grootte of een toon uitdrukken. Een verkleinwoord kan ook één portie aanduiden of een vaste betekenis hebben.
Zo vorm je het enkelvoud en het meervoud
het boek → het boekje → de boekjes laat het patroon zien. Vorm eerst het verkleinwoord in het enkelvoud. Kies daarna het lidwoord en vorm het meervoud.
- Voeg de juiste verkleinuitgang toe aan het zelfstandig naamwoord: de hond → het hondje, het kind → het kindje.
- Gebruik het als bepaald lidwoord voor een verkleinwoord in het enkelvoud, welk lidwoord het oorspronkelijke zelfstandig naamwoord ook had. de kat is een de-woord, maar het katje is een het-woord.
- Voeg -s toe voor meer dan één en gebruik de: het huisje → de huisjes, het boekje → de boekjes.
De Nederlandse standaardspelling heeft vijf verkleinuitgangen: -je, -tje, -etje, -pje en -kje. De slotklank bepaalt meestal welke uitgang je gebruikt. Bij sommige zelfstandige naamwoorden tellen ook de klemtoon en de woordlengte mee. Vergelijk de tafel → het tafeltje met de boom → het boompje. Op de pagina over de keuze van de verkleinuitgang staan de details. Het lidwoord en het meervoud volgen bij alle vijf uitgangen dezelfde regels.
| Zelfstandig naamwoord | Verkleinwoord | Meervoud |
|---|---|---|
| de hond | het hondje | de hondjes |
| het boek | het boekje | de boekjes |
| de kat | het katje | de katjes |
| het kind | het kindje | de kindjes |
Verkleinwoorden drukken ook toon en vaste betekenis uit
een hondje kan een kleine hond betekenen, maar een verkleinwoord gaat niet altijd over grootte. De vorm kan warm of geringschattend klinken, één portie aanduiden of een vaste betekenis hebben die je niet letterlijk afleidt.
- Klein formaat: een klein hondje, een smal straatje.
- Warme of geringschattende toon: een lief katje klinkt liefdevol; in een andere context kan een verkleinwoord iets minder belangrijk laten klinken.
- Eén portie of eenheid: een biertje en een glaasje wijn noemen een hoeveelheid, niet alleen iets kleins.
- Vaste uitdrukkingen en betekenissen: een praatje maken, een kaartje voor de trein.
- Geen herkenbaar basiswoord in het moderne Nederlands: het meisje.
Bekijk andere vormen zoals deze op de pagina over onregelmatige en vaste verkleinwoorden.
- Welk bepaald lidwoord hoort bij *hondje*?
- *de*
- *het*
- *de* of *het*
- geen lidwoord
Elk verkleinwoord in het enkelvoud is een *het*-woord, welk lidwoord het oorspronkelijke zelfstandig naamwoord ook had. *de hond* wordt *het hondje*.
- Wat is het meervoud van *het boekje*?
- *de boekjen*
- *de boekjes*
- *de boeken*
- *de boekje's*
Voeg *-s* toe aan het verkleinwoord in het enkelvoud: *het boekje → de boekjes*. Het meervoud krijgt *de*.
- Vul in: *___ meisje leest een boek.* (Het gaat om een bepaald meisje.)
- *Het*
- *De*
- *Een*
- *Die*
*meisje* heeft de vorm van een verkleinwoord en is daarom een *het*-woord. Het betekent meestal meisje, niet specifiek een klein meisje: *Het meisje leest een boek.*
- Wat betekent *kaartje* in *Ik koop een kaartje voor de trein*?
- een kleine kaart
- een klein kaartspel
- een ticket
- een ansichtkaart
In deze treincontext betekent *een kaartje* een ticket. In een andere context kan *kaartje* nog steeds een kleine kaart of plattegrond betekenen.
- Zoek de fout: *De hondje slaapt in de mand.*
- *slaapt* moet *slapen* zijn
- *De hondje* moet *Het hondje* zijn
- *in de mand* moet *in het mand* zijn
- er is niets fout
*hondje* is een verkleinwoord en krijgt dus *het*, niet *de*: *Het hondje slaapt in de mand.*
Test jezelf
Question 1 of 5
Welk bepaald lidwoord hoort bij hondje?