iemand, niemand, iets, niets en men: onbepaalde voornaamwoorden
Kies tussen iemand, niemand, iets en niets, gebruik de speciale -s na iets/niets en onderscheid men, je en ze.
In Er staat iemand voor de deur. gaat het om een niet nader genoemde persoon. Vervang iemand door niemand en de zin wordt ontkennend: Er staat niemand voor de deur. Voor dingen bestaat hetzelfde verschil tussen iets en niets. Kies dus eerst tussen persoon en ding en daarna tussen een bevestigende en een ontkennende betekenis. Met men, algemeen je en vaag ze kun je ook over mensen spreken zonder ze bij naam te noemen.
Gaat het om een persoon of een ding?
Gebruik iemand en niemand voor personen. Gebruik iets en niets voor dingen, situaties of informatie. In elk paar is de vorm die met n- begint al ontkennend.
| Nederlands | Verwijst naar | Kernbetekenis |
|---|---|---|
| iemand | een persoon | een onbekende of niet nader genoemde persoon |
| niemand | een persoon | geen enkele persoon |
| iets | een ding of situatie | een onbekend of niet nader genoemd ding |
| niets | een ding of situatie | geen enkel ding |
In mededelingen, neutrale vragen en voorwaarden gebruikt het Nederlands meestal iemand of iets. Een neutrale ontkenning gebruikt niemand of niets.
| Context | Persoon | Ding |
|---|---|---|
| Mededeling | Er staat iemand voor de deur. | Ik moet je iets vertellen. |
| Vraag | Heb je iemand gezien? | Heb je iets gehoord? |
| Voorwaarde | Als iemand belt, noteer dan de naam. | Als er iets verandert, bel me. |
| Ontkenning | Ik heb niemand gezien. | Ik heb niets gehoord. |
In een vraag of voorwaarde hoeven iemand en iets niet naar een bekende persoon of zaak te verwijzen. De vier vormen kunnen onderwerp of voorwerp zijn. Als ze onderwerp zijn, staat de persoonsvorm in het enkelvoud.
| Functie | Persoon | Ding of situatie |
|---|---|---|
| Onderwerp | Iemand beweegt. | Iets beweegt. |
| Lijdend voorwerp | Ik zie niemand. | Ik zie niets. |
Wanneer krijgt een bijvoeglijk naamwoord -s?
Voeg -s toe als een bijvoeglijk naamwoord direct een niet nader genoemd ding bij iets of niets beschrijft: iets leuks, niets nieuws. Het voornaamwoord en het bijvoeglijk naamwoord vormen dan samen één eenheid met die eigenschap. Dit is een speciale uitgang, niet de gewone bijvoeglijke uitgang -e.
| Patroon | Voorbeeld | Wat gebeurt er? |
|---|---|---|
| Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft iets/niets direct | Ik wil iets lekkers eten. | lekker wordt lekkers |
| Het bijvoeglijk naamwoord eindigt al op een s-klank | Ik wil iets fris drinken. | Je schrijft geen extra s |
| Het bijvoeglijk naamwoord volgt op een koppelwerkwoord | Iets is lekker. | Geen -s: lekker volgt op het koppelwerkwoord is |
Eindigt het bijvoeglijk naamwoord al op een s-klank, schrijf dan geen extra s: iets fris betekent iets verfrissends; niets logisch betekent dat er niets logisch is.
Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord zegt waarvan iets is gemaakt, zoals houten. Deze groep volgt het patroon niet. Gebruik iets van hout voor iets dat van hout is, niet iets houtens.
Een overtreffende trap geeft de hoogste graad aan, zoals mooist. Ook hier moet je herschrijven: iets wat het mooist is, niet iets mooist of iets mooists. In dit voorbeeld is wat het mooist is een betrekkelijke bijzin: een korte bijzin die iets beschrijft. Lees voor het bredere systeem wanneer een bijvoeglijk naamwoord geen -e krijgt.
Wat is het verschil tussen men, je en ze?
Met men, algemeen je en vaag ze kun je spreken zonder precies te zeggen over wie het gaat. De vormen verschillen in wie ze kunnen omvatten, welke persoonsvorm erbij hoort en waar ze natuurlijk klinken.
| Vorm | Wie hoort erbij? | Werkwoordsvorm | Waar klinkt het natuurlijk? |
|---|---|---|---|
| men | mensen in het algemeen of een niet nader genoemde handelende persoon; de spreker en luisteraar kunnen erbij horen of erbuiten vallen | derde persoon enkelvoud: men weet, men mag | formele verslagen, regels en sommige schriftelijke uitleg; kan stijf klinken in een gesprek |
| algemeen je | mensen in het algemeen, met de spreker en luisteraar als mogelijke voorbeelden | tweede persoon enkelvoud: je weet, je kunt | alledaagse gesprekken en informele teksten |
| vaag ze | niet nader genoemde andere mensen; de spreker en luisteraar horen er niet bij | derde persoon meervoud: ze zeggen, ze hebben | alledaagse berichten over wat niet nader genoemde mensen zeggen of doen; vervangt algemeen men niet |
- Men mag hier niet roken. De persoonsvorm is enkelvoud.
- In Nederland eet men vaak brood als lunch. De woordgroep In Nederland staat vooraan. Daarom blijft het werkwoord eet op de tweede plaats en volgt men erna.
- Je weet maar nooit. Dit is een alledaagse algemene uitspraak.
- Ze zeggen dat het gaat regenen. Ze verwijst naar niet nader genoemde andere mensen.
Men kan alleen onderwerp zijn; het kan geen voorwerp zijn en niet na een voorzetsel staan. Het heeft geen eigen bezittelijke of voorwerpsvorm. Binnen dezelfde zin gebruikt het Nederlands zijn voor bezit en zich als wederkerend voornaamwoord: Men moet zijn paspoort meenemen. Men vergist zich soms. Heb je een andere functie nodig of wil je er in een nieuwe zin weer naar verwijzen, herschrijf dan met iemand, mensen of een passieve zin.
Wanneer kan het Nederlands twee ontkennende woorden gebruiken?
In een neutrale ontkennende zin in het Standaardnederlands draagt niemand of niets de ontkenning: Ik ken niemand. Ik heb niets gezien. Voeg geen niet of geen toe als je dezelfde enkele ontkenning bedoelt. Lees ook de keuze tussen niet en geen.
| Bedoelde betekenis | Nederlandse zin | Wat doen de ontkenningen? |
|---|---|---|
| Ik zag geen enkele persoon | Ik heb niemand gezien. | Eén neutrale ontkennende vorm |
| Ik zag helemaal niets | Ik heb niets gezien. | Eén neutrale ontkennende vorm |
| Ik ken ten minste één persoon | Ik ken nÃét niemand; ik ken Sara. | Bewust contrast: het is niet waar dat ik niemand ken |
| Het is iets belangrijks | Dat is niet niets. | Bewuste dubbele ontkenning: het is niet onbeduidend |
In informele spreektaal en sommige regionale varianten hoor je soms twee ontkennende woorden met samen één ontkennende betekenis: Ik heb niemand niet gezien of Ik heb nooit geen tijd. Dit versterkende patroon heet negatieve concordantie. Vermijd het op examens, in formele gesprekken en in schrijftaal: gebruik Ik heb niemand gezien en Ik heb nooit tijd. Een bewuste dubbele ontkenning werkt anders. Elk ontkennend woord draagt dan een eigen betekenis bij, waardoor het resultaat positief of contrasterend wordt.
- Vul in: *Er staat ___ voor de deur.* (een persoon, bevestigend)
- *iemand*
- *niemand*
- *iets*
- *men*
*Iemand* verwijst in deze mededeling naar een niet genoemde persoon. *Iets* verwijst naar een ding en *niemand* is ontkennend.
- Wat is de juiste vorm voor iets dat lekker is?
- *iets lekker*
- *iets lekkere*
- *iets lekkers*
- *iets lekkeren*
Hier beschrijft *lekker* direct het niet nader genoemde ding na *iets*. Daarom krijgt het de speciale *-s*: *iets lekkers*.
- Vul in: *___ weet het antwoord; de klas bleef stil.* (geen persoon)
- *Niets*
- *Niemand*
- *Iets*
- *Men*
Het ontbrekende woord verwijst naar een persoon, dus gebruik *niemand*. *Niets* verwijst naar een ding of situatie.
- Welke zin zegt op een neutrale manier dat je geen enkele persoon zag?
- *Ik heb niemand gezien.*
- *Ik heb niet niemand gezien.*
- *Ik heb geen niemand gezien.*
- *Ik heb niets gezien.*
*Ik heb niemand gezien* is de neutrale standaardzin. Met contrastieve nadruk betekent *Ik heb niet niemand gezien* dat het niet waar is dat je niemand zag: je zag ten minste iemand. *Niets* verwijst naar dingen.
- Vul in: *___ mag hier niet parkeren.* (in een officiële mededeling)
- *Men*
- *Iemand*
- *Niemand*
- *Iets*
*Men* is een formeel algemeen onderwerp en krijgt de enkelvoudige persoonsvorm *mag*. In een alledaagse algemene uitspraak klinkt algemeen *je* vaak natuurlijker. Vaag *ze* verwijst naar niet genoemde andere mensen en krijgt een meervoudige persoonsvorm.
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: Er staat ___ voor de deur. (een persoon, bevestigend)