Inburgering.org Logo

Inburgering.org

  • Cursussen
  • Exameninfo
  • Podcasts
  • Gratis
Inburgering.org Logo

Inburgering.org

Prijzen

Exameninfo

Podcasts

Grammatica

Privacybeleid

Algemene voorwaarden

Veelgestelde vragen

Contact

Partners

Luisteren

A1

A2

B1

B2

Lezen

A1

A2

B1

B2

Spreken

A1

A2

B1

B2

Schrijven

A1

A2

B1

B2

Inburgering

A1

A2

B1

B2

KNM

KNS

Hulp nodig?
Neem contact met ons op via info@inburgering.org

Word lid van onze community:

Instagram

Oefenbot

Telegram-groep

Facebook-groep:

A1

A2

B1

B2

Telegram-kanalen:

A1

A2

B1

B2

© 2026 Inburgering.org. Alle rechten voorbehouden.

Inburgering.org/Grammar/Prijzen, decimalen en hoeveelheden in het Nederlands

Prijzen, decimalen en hoeveelheden in het Nederlands

Hoe het Nederlands geld en decimalen schrijft en leest: de komma als decimaalteken, een prijs hardop zeggen, en waarom maateenheden na een getal enkelvoud blijven.

Het Nederlands gaat net iets anders om met geld, decimalen en maateenheden dan het Engels. De grootste verrassing is de interpunctie: een decimaal schrijf je met een komma, niet met een punt — 3,50, 0,5. Deze pagina laat zien hoe je die getallen schrijft en hoe je ze hardop uitspreekt. Wil je eerst de telwoorden zelf, kijk dan bij hoofdtelwoorden.

Hoe schrijf je een decimaal getal

Het Nederlands gebruikt een komma voor het decimale deel en een punt om duizendtallen te groeperen — precies omgekeerd als in het Engels. Zo wordt het Engelse 1,000.50 in het Nederlands 1.000,50.

  1. Het decimaalteken is een komma: 3,5, 0,75, 37,2 graden.
  2. In getallen van vier cijfers of meer groepeert een punt elke drie cijfers: 1.000, 25.000, 2.350.000.
  3. Als een getal tegelijk een duizendtal en een decimaal deel heeft, verschijnen beide tekens samen — de punt in het gehele deel, de komma vóór de centen: € 2.499,95.

Lees een decimaal hardop met het woord komma voor de komma: 0,5 is nul komma vijf, 3,5 is drie komma vijf, 1,4 is één komma vier.

Hoe schrijf en lees je een prijs

Zet het euroteken vóór het bedrag, met een komma vóór de centen: € 3,50, € 12,95. Lees het als de euro's, dan de centen, zonder de woorden en of cent.

GeschrevenHardopBetekenis
€ 3,50drie euro vijftig3 euro en 50 cent
€ 12,95twaalf euro vijfennegentig12 euro en 95 cent
€ 1,00één euro1 euro, geen centen
€ 0,80tachtig cent80 cent, minder dan een euro
€ 0,50vijftig centeen halve euro

Bij een bedrag onder een euro zeg je wél cent: € 0,80 is tachtig cent. Het meervoud van euro is normaal euro's (met een apostrof), maar na een getal gebruik je het enkelvoud — zie de volgende paragraaf.

Maateenheden en geld blijven enkelvoud na een getal

Na een getal houden woorden voor geld, gewicht, inhoud, lengte en een paar tijdseenheden hun enkelvoudsvorm: twee euro, drie kilo, honderd gram. Het Engels voegt een -s toe (three kilos), het Nederlands niet.

  • Geld: vijf euro, vijftig cent — hier dus niet euro's of centen.
  • Gewicht en inhoud: drie kilo appels, honderd gram kaas, twee liter melk.
  • Lengte: tien meter, vijf kilometer.
  • Een paar tijdwoorden doen hetzelfde: vijf jaar, twee uur. Maar de meeste andere krijgen een gewoon meervoud: tien minuten, drie weken.
  • De maten die je in Nederlandse winkels tegenkomt: een ons is 100 gram en een pond is 500 gram (een half kilo), dus een pond kaas is een half kilo kaas.

Eén uitzondering: als er een bijvoeglijk naamwoord tussen het getal en het zelfstandig naamwoord staat, gaat het naamwoord terug naar het meervoud — twee mooie jaren, niet twee mooie jaar. Ook houders blijven telbaar en krijgen het meervoud: twee glazen wijn.

keer, maal en procent

Om herhaling of vermenigvuldiging aan te geven gebruik je keer in alledaags Nederlands en maal in formeler of geschreven Nederlands; allebei blijven ze enkelvoud na een getal.

  • Ik ben er twee keer geweest.
  • drie keer per week; één keer.
  • Maal is het formele woord en het woord dat je in sommen gebruikt: twee maal drie is zes.
  • Percentages gebruiken procent (of het symbool %), ook enkelvoud na een getal: tien procent korting, vijftig procent.

Halve bedragen hebben hun eigen woorden: een half, anderhalf, tweeënhalf (geschreven met een trema op de ë). Vóór een zelfstandig naamwoord krijgt anderhalf een -e: anderhalve liter water.

Veelgemaakte fouten

De komma en de punt zijn de klassieke valkuil voor Engelstaligen. Een prijs als € 3.50 ziet er voor een Nederlandse lezer uit als 350 euro, en 1,000 lees je als het enkele getal één. Houd de komma voor de decimaal en de punt voor duizendtallen. De tweede veelgemaakte misser is een -s toevoegen aan een maateenheid na een getal: het is twee kilo en vijf euro, nooit twee kilo's of vijf euro's in een prijs.

  • Hoe schrijf je drie euro en vijftig cent in het Nederlands?
    • € 3.50
    • € 3,50
    • € 3-50
    • € 350

    Het Nederlands gebruikt een komma als decimaalteken, dus het is *€ 3,50*, hardop *drie euro vijftig*. *€ 3.50* zou er voor een Nederlandse lezer uitzien als 350 euro.

  • Vul in: *Dat kost ___.* (de prijs is € 12)
    • twaalf euro
    • twaalf euro's
    • twaalf euros
    • twaalf euren

    Na een getal blijft *euro* enkelvoud: *twaalf euro*. Het meervoud *euro's* gebruik je elders (voor losse munten), maar niet in een prijsbedrag.

  • Hoe lees je *0,5* hardop?
    • nul punt vijf
    • nul komma vijf
    • vijf procent
    • een halve euro

    De komma in een decimaal spreek je uit als *komma*, dus *0,5* is *nul komma vijf*.

  • Welke vorm is correct voor '3 kg appels'?
    • drie kilo's appels
    • drie kilos appels
    • drie kilo appels
    • drie kilo appel

    Maatwoorden blijven enkelvoud na een getal: *drie kilo appels*. Alleen het getelde zelfstandig naamwoord *appels* staat in het meervoud, niet de maat *kilo*.

  • Zoek de fout: *Ik heb hem twee keren gebeld en tien procenten korting gekregen.*
    • *keren* en *procenten* moeten enkelvoud zijn: *keer*, *procent*
    • *gebeld* moet *gebelt* zijn
    • *korting* moet *kortingen* zijn
    • er is niets fout

    *Keer* en *procent* houden na een getal het enkelvoud: *twee keer* en *tien procent*.

Test jezelf

Question 1 of 5

Hoe schrijf je drie euro en vijftig cent in het Nederlands?

See also

  • Nederlandse hoofdtelwoorden: 0 tot 100 en verder
  • De apostrof in het Nederlands: auto's, 's ochtends, Anna's
  • Het Nederlandse trema (¨): geïnteresseerd, ideeën, België