Inburgering.org Logo

Inburgering.org

  • Cursussen
  • Exameninfo
  • Podcasts
  • Gratis
Inburgering.org Logo

Inburgering.org

Prijzen

Exameninfo

Podcasts

Grammatica

Privacybeleid

Algemene voorwaarden

Veelgestelde vragen

Contact

Partners

Luisteren

A1

A2

B1

B2

Lezen

A1

A2

B1

B2

Spreken

A1

A2

B1

B2

Schrijven

A1

A2

B1

B2

Inburgering

A1

A2

B1

B2

KNM

KNS

Hulp nodig?
Neem contact met ons op via info@inburgering.org

Word lid van onze community:

Instagram

Oefenbot

Telegram-groep

Facebook-groep:

A1

A2

B1

B2

Telegram-kanalen:

A1

A2

B1

B2

© 2026 Inburgering.org. Alle rechten voorbehouden.

Inburgering.org/Grammar/er in de betekenis 'ervan': Ik heb er drie

er in de betekenis 'ervan': Ik heb er drie

De hoeveelheids-er die in het Nederlands de plaats inneemt van een geteld zelfstandig naamwoord: Hoeveel appels? Ik heb er drie.

Als je iets telt maar het zelfstandig naamwoord weglaat, vult het Nederlands het gat met er. Je kunt niet zomaar Ik heb drie zeggen; je voegt er toe in de betekenis 'ervan': Hoeveel appels heb je? — Ik heb er drie. Dit is de hoeveelheids-er, waar geen enkel Engels woord tegenover staat.

Hoe gebruik je het

Telkens wanneer je een geteld zelfstandig naamwoord vervangt door alleen een getal of hoeveelheid, zet je er vóór het hoeveelheidswoord. Het patroon is er + (getal of hoeveelheidswoord), zonder het zelfstandig naamwoord.

  1. Laat het zelfstandig naamwoord dat je telt weg: Ik heb drie appels → Ik heb ... drie.
  2. Zet er op de plaats van het zelfstandig naamwoord, vóór de hoeveelheid: Ik heb er drie.
  3. Dit werkt met elk getal of hoeveelheidswoord: Ik heb er twee, er veel, er weinig, er genoeg, er geen.
VraagAntwoord met erNederlands
Heb je kinderen?Ja, ik heb er twee.er staat voor de kinderen
Wil je koekjes?Ik heb er al drie gegeten.er staat voor de koekjes
Hoeveel fietsen staan er?Er staan er veel.er twee keer: bestaan én aantal
Zijn er nog kaartjes?Nee, er zijn er geen meer.er twee keer: bestaan én geen

Van oorsprong is deze er een verkorte ervan, dus in een langere zin hoor je soms nog de volledige van vóór het werkwoord staan: Ik heb er drie van gegeten. In het dagelijks Nederlands laat je de van meestal weg en draagt er alleen de betekenis.

De hoeveelheids-er heeft altijd een getal of hoeveelheid nodig om op te leunen. Er moet een hoeveelheidswoord volgen: Ik heb er veel is goed, maar een kaal Ik heb er is geen volledig antwoord — dan laat je de er helemaal weg (Ik heb ze) of je houdt de hoeveelheid.

Waar er staat

Het woordje er komt vroeg in het middenstuk van de zin, vlak na het werkwoord (en na het onderwerp in een omgekeerde zin). Het getal of de hoeveelheid blijft verderop, tegen het eind.

  • Eenvoudig: Ik heb er gisteren drie gekocht.
  • In een vraag glipt het onderwerp ertussen: Heb je er nog twee?
  • In telzinnen kom je er twee keer tegen — één keer om te zeggen dat iets bestaat, één keer voor de hoeveelheid: Er zijn er nog maar twee.

Veelgemaakte fouten

Veel mensen laten de er weg en schrijven Ik heb drie, wat voor Nederlandse oren onaf klinkt. Zodra het zelfstandig naamwoord weg is, is de er niet optioneel — zeg Ik heb er drie. Verwar deze tel-er niet met de er die met een voorzetsel combineert (Ik denk eraan — zie erop, ermee, eraan); de hoeveelheids-er staat altijd naast een getal of hoeveelheid.

  • Vul in: *Hoeveel broers heb je? — Ik heb ___ twee.*
    • er
    • ze
    • die
    • het

    Het zelfstandig naamwoord *broers* valt weg en er volgt een getal, dus je hebt de hoeveelheids-**er** nodig: *Ik heb er twee.*

  • Waarom is *Ik heb drie* een fout antwoord op een 'hoeveel'-vraag?
    • *drie* moet vooraan staan
    • het Nederlands heeft *er* nodig als het getelde zelfstandig naamwoord wegvalt
    • je moet het zelfstandig naamwoord herhalen
    • *heb* zou *heeft* moeten zijn

    Je kunt niet bij het getal stoppen; het Nederlands voegt *er* toe in de betekenis 'ervan': *Ik heb er drie.*

  • Welke zin is correct?
    • Er staan veel er in de garage.
    • Ik heb er genoeg.
    • Ik heb genoeg er.
    • Ik er heb twee.

    *Er* komt vóór het hoeveelheidswoord: **Ik heb er genoeg.**

  • Vul in: *Wil je nog een koekje? — Nee, ik heb ___ al vier gegeten.*
    • ze
    • er
    • die
    • van

    Het zelfstandig naamwoord *koekjes* wordt vervangen door een aantal, dus **er** springt in: *ik heb er al vier gegeten.*

  • In *Er zijn er nog maar twee*, waarom komt *er* twee keer voor?
    • het is een spellingregel
    • de ene *er* introduceert het bestaan, de andere staat voor het getelde zelfstandig naamwoord
    • de tweede *er* is een typefout
    • *twee* vraagt om twee keer *er*

    De eerste *er* is de bestaans-*er* (*er zijn*); de tweede is de hoeveelheids-*er* die terugwijst naar het getelde zelfstandig naamwoord.

Test jezelf

Question 1 of 5

Vul in: Hoeveel broers heb je? — Ik heb ___ twee.

See also

  • er is / er zijn: zeggen dat iets bestaat
  • erop, ermee, eraan: er + een voorzetsel
  • Nederlandse hoofdtelwoorden: 0 tot 100 en verder