Uitroepen in het Nederlands: wat een, wat en hoe (Wat een mooie dag!)
Hoe je in het Nederlands uitroept — wat een voor een zelfstandig naamwoord, wat of hoe voor een bijvoeglijk naamwoord — en waar het werkwoord staat.
Om iets uit te roepen — om te reageren met verrassing, bewondering of ergernis — zet je in het Nederlands wat een voor een zelfstandig naamwoord en wat (of hoe) voor een kaal bijvoeglijk naamwoord: Wat een mooie dag!, Wat koud!. Datzelfde wat werkt ook als vraagwoord, maar hier kleurt het een reactie in plaats van iets te vragen.
Hoe bouw je de uitroep
Zet wat een voor een naamwoordgroep, of wat / hoe voor een bijvoeglijk naamwoord op zichzelf.
- wat een + (bijvoeglijk naamwoord) + zelfstandig naamwoord: Wat een lekkere koffie!, Wat een drukte!
- wat + bijvoeglijk naamwoord: Wat lief!, Wat duur!
- hoe + bijvoeglijk naamwoord, een tikje formeler maar met dezelfde betekenis: Hoe mooi!
Wat een verandert nooit van vorm. Een gewoon een gaat alleen met een enkelvoud, maar de vaste uitdrukking wat een blijft ook vóór een meervoud staan: Wat een mooie bloemen!
Wanneer je een volledige zin maakt
De meeste uitroepen zijn fragmenten zonder werkwoord, en dat is de alledaagse vorm: Wat een verrassing! Je kunt er ook een volledige zin van maken, en dan komt de persoonsvorm op de tweede plaats, net als in een gewone mededeling.
- Fragment (geen werkwoord): Wat een mooie dag!
- Volledige zin, werkwoord tweede: Wat is het hier warm!
- Volledige zin, werkwoord tweede: Wat ben jij groot geworden!
De woordvolgorde is dus makkelijker dan in een vraag: je laat het werkwoord óf helemaal weg, óf je houdt het op de gebruikelijke tweede plaats, vlak na wat / wat een.
Wanneer gebruik je welke
- Er komt een zelfstandig naamwoord → wat een: Wat een geluk!
- Alleen een bijvoeglijk naamwoord, geen zelfstandig naamwoord → wat of hoe: Wat aardig van je!
- Om zo'n te zeggen in plaats van wat een → zo'n voor een enkelvoud, zulke voor een meervoud of een de-woord: zo'n schattige poes!, zulke lieve mensen!. Vóór een niet-telbaar het-woord wordt de vorm zulk: zulk lekker brood!. Meer daarover in zo'n, zulke en dergelijk.
Veelgemaakte fouten
Laat de een niet weg als er een zelfstandig naamwoord volgt. Het Nederlands houdt het lidwoord: Wat een mooi weer!, niet Wat mooi weer! Gebruik het kale wat alleen als er geen zelfstandig naamwoord op volgt (Wat mooi!). En probeer de uitdrukking niet te verbuigen vóór een meervoud — het blijft wat een: Wat een dure schoenen!
- Vul in: *___ mooie dag!*
- Wat een
- Wat
- Hoe
- Welke
Er volgt een zelfstandig naamwoord (*dag*), dus je hebt **wat een** nodig → *Wat een mooie dag!* Het kale *wat* gaat alleen vóór een bijvoeglijk naamwoord op zichzelf.
- Vul in: *___ lief van je!* (geen zelfstandig naamwoord erachter)
- Wat een
- Wat
- Zo'n
- Welk
*Lief* is een bijvoeglijk naamwoord dat alleen staat, dus je gebruikt het kale **wat** (of *hoe*) → *Wat lief van je!*
- Welke uitroep is correct?
- Wat mooi weer!
- Wat een mooi weer!
- Hoe een mooi weer!
- Welke mooi weer!
*Weer* is een zelfstandig naamwoord, dus het krijgt **wat een**, en *weer* is een het-woord dus het bijvoeglijk naamwoord blijft *mooi* → *Wat een mooi weer!*
- Je wilt over mooie bloemen (meervoud) uitroepen. Welke is goed?
- Wat een mooie bloem!
- Wat een mooie bloemen!
- Wat mooie bloemen!
- Welke mooie bloemen!
*Wat een* verandert niet vóór een meervoud, en *bloemen* is meervoud → *Wat een mooie bloemen!*
- Welke zin houdt het werkwoord op de juiste plaats?
- Wat het hier warm is!
- Wat is het hier warm!
- Wat hier warm is het!
- Is wat het hier warm!
In een uitroep die een volledige zin is, blijft de persoonsvorm op de tweede plaats, vlak na *wat*: *Wat is het hier warm!*
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: ___ mooie dag!