Skip to main content

De or het baan?

de baan

Meaning

a road, way, path

Example

Ik heb een nieuwe baan.

I've got a new job.

Ik zit al acht uur op de baan.

I've sat on the road for eight hours already.

Plural
de banen
Diminutive
het baantje
Demonstrative
deze baan / die baan
With an adjective
een mooie baan / de mooie baan