Skip to main content

De or het kind?

het kind

Meaning

child, kid, non-adult human

Example

Hij heeft als kind leren schaatsen.

He learned how to ice-skate as a child.

Mijn kinderen zijn intussen allemaal volwassen.

My children are all adults by now.

Plural
de kinderen
Diminutive
het kindje
Demonstrative
dit kind / dat kind
With an adjective
een mooi kind / het mooie kind