De or het pinda?
de pinda
Meaning
a peanut, the nut-like pod containing the edible seed(s) of a leguminous plant
Example
Daar zyn twee soorten van Pistaches, de eene wast aan eenen boom Pistache [b]oom genoemd, en de andere aan eene plant; men vindt ze beiden te Suriname. De Creolen geeven ze den naam van Pinda.
There are two kinds of pistachios, one grows on a tree called pistachio tree and the other on a plant; both are found in Suriname. The Creoles call them pinda.
Pinda's groeien onder de grond
Peanuts grow underground
- Plural
- de pinda's
- Diminutive
- het pindaatje
- Demonstrative
- deze pinda / die pinda
- With an adjective
- een mooie pinda / de mooie pinda