Skip to main content

De or het reiziger?

de reiziger

Meaning

traveller, voyager

Example

Als jonge reiziger trok hij de wereld rond.

As a young voyager, he traveled around the world.

De reizigers wachtten geduldig op hun trein.

The travellers waited patiently for their train.

Plural
de reizigers
Diminutive
het reizigertje
Demonstrative
deze reiziger / die reiziger
With an adjective
een mooie reiziger / de mooie reiziger