Skip to main content

De or het winter?

de winter

Meaning

winter

Example

De winter van dat jaar was bijzonder koud.

The winter of that year was exceptionally cold.

Het wintertje was mild en aangenaam.

The short winter was mild and pleasant.

Plural
de winters
Diminutive
het wintertje
Demonstrative
deze winter / die winter
With an adjective
een mooie winter / de mooie winter