Ik reken erop dat ...: er + voorzetsel vóór een bijzin
Zo kondigt er met een vast voorzetsel een volgende bijzin met dat of te aan in vormen als erop rekenen en ertoe leiden.
In Wij rekenen erop dat de aanvraag wordt goedgekeurd wijst erop vooruit naar de volgende bijzin. Het vervangt hier geen eerder genoemd zelfstandig naamwoord. Het Nederlands gebruikt dit patroon met er + vast voorzetsel omdat rekenen het voorzetsel op kiest. Een bijzin met dat kan niet simpelweg als op dat ... na dat voorzetsel staan.
Waarom staat er + voorzetsel vóór een bijzin?
Als een werkwoord, bijvoeglijk naamwoord of vaste uitdrukking een voorzetsel kiest en het complement een hele bijzin is, kan er + voorzetsel die bijzin in de hoofdzin aankondigen. Dit heet een voorlopig voorzetselvoorwerp.
| Met een naamwoordgroep | Met een bijzin | Vast voorzetsel |
|---|---|---|
| We rekenen op een snelle reactie. | We rekenen erop dat je snel reageert. | op |
| Zij slaagde in haar opdracht. | Zij slaagde erin de opdracht af te ronden. | in |
| De wijziging leidde tot vertraging. | De wijziging leidde ertoe dat alles later begon. | tot |
| Hij twijfelt over de aanpak. | Hij twijfelt erover of de aanpak werkt. | over |
Het gekozen voorzetsel hoort bij de uitdrukking: rekenen op, slagen in, leiden tot, twijfelen over. Leer die combinatie eerst bij vaste werkwoorden met een voorzetsel. Maak er daarna er + voorzetsel van wanneer de voorzetselgroep een bijzin aankondigt.
Welke soorten bijzinnen kunnen volgen?
De uitdrukking bepaalt of de volgende inhoud een mededeling, vraag of handeling is. Je krijgt daardoor een bijzin met dat, een indirecte vraag of een infinitiefzin met te.
| Soort bijzin | Patroon | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Mededeling | er + voorzetsel + dat + werkwoord achteraan | Ik ga ervan uit dat de afspraak doorgaat. |
| Ja-neevraag | er + voorzetsel + of + werkwoord achteraan | We twijfelen erover of dit haalbaar is. |
| Open vraag | er + voorzetsel + vraagwoord + werkwoord achteraan | De klant informeerde ernaar wanneer het pakket kwam. |
| Handeling | er + voorzetsel + (om) te + infinitief | Zij slaagde erin om iedereen te bereiken. |
Behoud na dat, of of een vraagwoord de gewone bijzinvolgorde: dat de afspraak doorgaat, niet dat gaat de afspraak door. Pas bij een infinitief de gewone regels voor om + te en scheidbare werkwoorden toe: erin slagen het formulier in te vullen.
Wanneer is er + voorzetsel verplicht?
Sommige uitdrukkingen hebben het voorlopige voorzetselvoorwerp normaal nodig. Zonder die vorm kan het vaste voorzetsel nergens staan. De zin is dan in de bedoelde betekenis geen standaardtaal.
| Uitdrukking | Verplicht patroon | Schrijf niet |
|---|---|---|
| rekenen op | Ik reken erop dat Noor komt. | Ik reken dat Noor komt. |
| wachten op | We wachten erop dat de deur opengaat. | We wachten dat de deur opengaat. |
| genieten van | Hij geniet ervan dat hij meer vrije tijd heeft. | Weglating is buiten beperkt gebruik op zijn minst twijfelachtig. |
| ervan uitgaan | De arts gaat ervan uit dat de klacht tijdelijk is. | De arts gaat uit dat ... |
| leiden tot | De storing leidde ertoe dat de dienst uitviel. | De storing leidde dat ... |
Behoud bij slagen in + infinitiefzin met te de vorm erin: We zijn erin geslaagd de fout te herstellen. Bij aandringen op + bijzin met dat luidt het neutrale geschreven patroon: De bewoners drongen erop aan dat er een onderzoek kwam. Leer dit als volledige vaste patronen en leid de vorm niet af uit een vertaling.
Wanneer mag er + voorzetsel wegblijven?
Andere uitdrukkingen laten de bijzin met of zonder de voorlopige vorm toe. Dit is lexicale variatie. Dat weglating bij de ene uitdrukking werkt, maakt haar bij een andere uitdrukking niet automatisch veilig.
| Met er + voorzetsel | Zonder die vorm | Status |
|---|---|---|
| Ze klaagde erover dat de kamer koud was. | Ze klaagde dat de kamer koud was. | Beide vormen zijn mogelijk. |
| Ik twijfel erover of we genoeg tijd hebben. | Ik twijfel of we genoeg tijd hebben. | Beide vormen zijn mogelijk. |
| Wij zijn ervan overtuigd dat dit helpt. | Wij zijn overtuigd dat dit helpt. | Beide komen voor in de standaardtaal. |
| Zij zorgt ervoor dat de deur open is. | Zij zorgt dat de deur open is. | Beide vormen zijn correct; ervoor is hier niet verplicht. |
| Hij is er bang voor om fouten te maken. | Hij is bang om fouten te maken. | Beide vormen zijn mogelijk. |
Er bestaat geen korte test die voor elke uitdrukking voorspelt of weglating kan. Noteer voor betrouwbaar eigen gebruik de uitdrukking met een voorbeeldzin: erop rekenen dat, (erover) twijfelen of, (ervoor) zorgen dat. Controleer een minder bekende uitdrukking in een goed woordenboek.
Kunnen er en het voorzetsel uit elkaar staan?
Ja. Net als andere voornaamwoordelijke bijwoorden kunnen erop, ervan en ertoe aaneengeschreven zijn of door woorden in het middenstuk worden gesplitst. De grammaticale relatie blijft gelijk.
| Aaneengeschreven | Gesplitst | Volgende bijzin |
|---|---|---|
| Ik reken erop ... | Ik reken er niet op ... | dat hij vandaag belt. |
| Wij gaan ervan uit ... | Wij gaan er voorlopig van uit ... | dat de cijfers kloppen. |
| Het leidde ertoe ... | Het heeft er uiteindelijk toe geleid ... | dat de aanvraag opnieuw is bekeken. |
| Zij slaagde erin ... | Zij is er toch in geslaagd ... | om op tijd te vertrekken. |
Verplaats de inhoudsbijzin niet naar het midden van de hoofdzin. Hij volgt normaal op de werkwoordelijke eindgroep: Wij zijn ervan overtuigd dat dit werkt. Een sterk vooropgeplaatste versie heeft een hervattende constructie met daar + voorzetsel nodig, bijvoorbeeld Dat dit werkt, daarvan zijn wij overtuigd. Dat is een gemarkeerd informatiepatroon, geen reden om het voorzetsel weg te laten.
Hoe verschilt dit van voorlopig het?
Gebruik voorlopig het als het de plaats van een onderwerp of lijdend voorwerp vult: Het is jammer dat ... en Ik vind het jammer dat .... Gebruik er + voorzetsel als de bepalende uitdrukking een vast voorzetsel kiest: Ik reken erop dat ... en Ik ben ervan overtuigd dat ....
| Bepalend patroon | Plaatshouder | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Beoordeling met een onderwerp | het | Het is duidelijk dat de regel geldt. |
| vinden + bijvoeglijk naamwoord | het | Ik vind het duidelijk dat de regel geldt. |
| rekenen op | erop | Ik reken erop dat de regel geldt. |
| overtuigd zijn van | (ervan) | Ik ben ervan overtuigd dat de regel geldt. |
Veelgemaakte fouten
- Zet het vaste voorzetsel niet rechtstreeks vóór dat: schrijf erop dat, niet op dat.
- Vervang een verplichte vorm niet door niets: Ik reken erop dat ..., niet Ik reken dat ....
- Noem niet elk patroon optioneel omdat zorgen dat mogelijk is. Verplichte en optionele patronen verschillen per uitdrukking.
- Houd de inhoudsbijzin aan de rechterrand, na de werkwoordelijke eindgroep.
- Gebruik het eigen voorzetsel van de uitdrukking: slagen in → erin, leiden tot → ertoe, uitgaan van → ervan uitgaan.
Zie ook
Herhaal er met een voorzetsel, vaste voorzetsels en de woordvolgorde in bijzinnen. De pagina over om ... te behandelt doelzinnen en niet de patronen met een vast voorzetsel.
- Welke zin gebruikt de vaste uitdrukking *rekenen op* correct vóór een bijzin?
- Ik reken dat de trein op tijd komt.
- Ik reken op dat de trein op tijd komt.
- Ik reken erop dat de trein op tijd komt.
- Ik erop reken dat de trein op tijd komt.
Het vereiste voorlopige voorzetselvoorwerp is *er + op*: *Ik reken erop dat ...*.
- Welke zin toont een correct gesplitst voornaamwoordelijk bijwoord?
- Wij gaan er voorlopig van uit dat de cijfers kloppen.
- Wij er gaan voorlopig van uit dat de cijfers kloppen.
- Wij gaan voorlopig van dat de cijfers kloppen uit.
- Wij gaan voorlopig ervan dat de cijfers kloppen uit.
Tussen *er* en *van* kunnen andere woorden staan: *er voorlopig van uitgaan dat ...*. De bijzin blijft achteraan staan.
- Welk paar bevat twee standaardvarianten?
- *Ik reken erop dat ...* / *Ik reken dat ...*
- *Wij wachten erop dat ...* / *Wij wachten dat ...*
- *Zij zorgt ervoor dat ...* / *Zij zorgt dat ...*
- *Het leidt ertoe dat ...* / *Het leidt dat ...*
Bij *zorgen voor* kan de voorlopige vorm aanwezig zijn of ontbreken. In de andere tweede varianten ontbreekt in de bedoelde constructie een verplicht element.
- Welke zin gebruikt het patroon met een infinitief met te correct?
- Zij slaagde dat iedereen te bereiken.
- Zij slaagde erin iedereen te bereiken.
- Zij erin slaagde iedereen bereiken.
- Zij slaagde in dat iedereen te bereiken.
*Slagen in* behoudt het voorzetsel in *erin* vóór de infinitiefzin: *erin slagen iedereen te bereiken*.
- Welke plaatshouder past bij de bepalende uitdrukking?
- *Ik vind erop jammer dat ...*
- *Ik reken het dat ...*
- *Het is ervan duidelijk dat ...*
- *Ik ben ervan overtuigd dat ...*
*Overtuigd zijn van* kiest *van* en kan de bijzin dus met *ervan* aankondigen. De andere opties vermengen patronen met *het* en *er + voorzetsel*.
Test jezelf
Question 1 of 5
Welke zin gebruikt de vaste uitdrukking rekenen op correct vóór een bijzin?