Bijzinnen na de werkwoordgroep: dat ..., om te ..., dan ... en die ...
Welke zinsvormige delen verplicht of meestal na de afsluitende werkwoordgroep aan de rechterrand van een Nederlandse zin staan.
In De instructie was zo onduidelijk opgesteld dat drie deelnemers dezelfde vraag stelden volgt de bijzin met dat op de afsluitende werkwoorden was opgesteld. Voor sommige soorten bijzinnen is die positie aan de rechterrand verplicht; voor andere bestaat er een sterke voorkeur.
Hoe plaats je een bijzin na de werkwoordgroep?
Maak eerst de werkwoordgroep van de hoofdzin af. Zet de afhankelijke bijzin daarna aan de rechterrand als haar aanknopingspunt en soort die positie vereisen of bevorderen.
- Zoek de hoofdzin en het afsluitende werkwoord of de afsluitende werkwoordgroep: De instructie was zo onduidelijk opgesteld.
- Zoek het woord dat extra informatie in de vorm van een bijzin aankondigt. Veelvoorkomende signalen zijn zo, een vergrotende trap als langer, een bijvoeglijk naamwoord als te zwaar of een zelfstandig naamwoord als de vraag.
- Bepaal de afhankelijke bijzin en haar inleider: dat, om ... te, een zinsvormige vergelijking met dan of als, of, of een betrekkelijk woord als die of dat.
- Sluit de werkwoordgroep van de hoofdzin vóór die bijzin af waar het patroon hieronder ‘verplicht’ of ‘sterke tendens’ vermeldt.
- Controleer bij welk eerder woord de bijzin hoort. Een losstaande betrekkelijke bijzin moet nog duidelijk naar het bedoelde zelfstandig naamwoord verwijzen.
| Volgende bijzin | Sterkte van plaatsing aan de rechterrand | Voorbeeld |
|---|---|---|
| gevolgzin na zo | verplicht | De wachtrij was zo lang geworden dat de balie later moest sluiten. |
| volledige vergelijkingszin met dan of als | verplicht na het vergelijkingswoord en de afsluitende werkwoordgroep | Het onderzoek heeft langer geduurd dan de commissie had verwacht. |
| bijzin met (om) te na een bijvoeglijk naamwoord of genoeg/voldoende | verplicht | De kist bleek te zwaar om zonder hulp te verplaatsen. |
| bijzin die de inhoud van een zelfstandig naamwoord geeft | sterke tendens; in sommige vaste combinaties van zelfstandig naamwoord en werkwoord bijna verplicht | De voorzitter heeft de vraag gesteld of de termijn haalbaar is. |
| gewone betrekkelijke bijzin | sterke tendens wanneer het antecedent niet het onderwerp op zinsplaats 1 is, vooral bij een lange of nieuwe bijzin | We hebben gisteren een adviseur gesproken die de regeling goed kent. |
| voortzettende betrekkelijke bijzin die een volgende gebeurtenis toevoegt | verplicht na de afsluitende werkwoordgroep | De directie heeft de nieuwe planning bekendgemaakt, die vervolgens tot extra vragen leidde. |
Welke posities zijn regels en welke zijn tendensen?
Een gevolgzin hoort bij een graadaanduiding als zo druk en moet op de afsluitende werkwoorden volgen: De wachtruimte was zo druk geworden dat er buiten een rij ontstond. Hetzelfde harde patroon aan de rechterrand geldt voor een zinsvormige vergelijking en voor een bijzin met (om) te die door een bijvoeglijk naamwoord, genoeg of voldoende wordt mogelijk gemaakt.
Een inhoudsbijzin bij een zelfstandig naamwoord of een gewone betrekkelijke bijzin werkt anders. Het Nederlands zet haar meestal na de afsluitende werkwoordgroep, vooral als de bijzin lang, belangrijk of nieuwe informatie is. Dat is geen mechanische regel voor elke naamwoordgroep. Vergelijk We hebben een rapport ontvangen dat alle kosten verklaart, waar dat alle kosten verklaart van een rapport is gescheiden.
Scheid een betrekkelijke bijzin normaal niet van een onderwerp dat al op de eerste zinsplaats staat. Houd De planner die de route kent, heeft ons gebeld bijeen. De planner heeft ons gebeld die de route kent is op zijn best lastig te verwerken. De betrekkelijke bijzin volgt op een volledige mededeling en de verbinding met het vooropstaande onderwerp is zwak.
Hoe verschillen vergelijkings- en betrekkelijke bijzinnen van kortere woordgroepen?
Deze pagina behandelt materiaal met een eigen zinsstructuur. Dan we hadden verwacht bevat een eigen onderwerp en werkwoorden. Daarom volgt het in Het heeft langer geduurd dan we hadden verwacht op de werkwoordgroep van de hoofdzin. Een korte vergelijking als dan vorige week is een woordgroep, geen bijzin, en kan vrijer worden geplaatst. Herhaal de keuze van het verbindingswoord bij dan en als.
Een gewone betrekkelijke bijzin identificeert of beschrijft een zelfstandig naamwoord. Een voortzettende betrekkelijke bijzin voegt juist toe wat daarna gebeurde en werkt bijna als een nieuwe nevenschikkende mededeling: De raad heeft de maatregel ingetrokken, die daarna opnieuw werd besproken. De komma, een woord als daarna en de volgorde van gebeurtenissen helpen deze lezing te markeren.
Hoe verschilt dit van een voorzetselgroep na de werkwoordgroep?
Een voorzetselgroep als op de uitslag kan vaak vóór of na de afsluitende werkwoorden staan: ... dat we op de uitslag hebben gewacht of ... dat we hebben gewacht op de uitslag. Dat optionele patroon hoort bij voorzetselgroepen na de werkwoordgroep.
Het volgende materiaal heeft hier een eigen zinsstructuur. Houd het Nederlandse zinsframe zichtbaar: eerst het middenstuk, dan de afsluitende werkwoordgroep en ten slotte de toegestane afhankelijke bijzin aan de rechterrand.
Wanneer plaats je een bijzin aan de rechterrand?
- Zet een gevolgzin met dat na de afsluitende werkwoordgroep als hij een graadaanduiding met zo voltooit.
- Zet een volledige vergelijkingszin met dan of als na de afsluitende werkwoordgroep. Breid deze harde regel niet uit naar elke korte vergelijkingswoordgroep.
- Zet een bijzin met (om) te na een bijvoeglijk naamwoord of graadwoord dat hem mogelijk maakt: te zwaar om te tillen.
- Zet een inhoudsbijzin bij een zelfstandig naamwoord of een lange gewone betrekkelijke bijzin meestal na de werkwoordgroep als het bijbehorende zelfstandig naamwoord niet het vooropstaande onderwerp is.
- Zet een voortzettende betrekkelijke bijzin na de werkwoordgroep, want hij voegt een volgende gebeurtenis toe in plaats van alleen één naamwoordgroep te vormen.
Veelgemaakte fouten
- Zet het einde van een gevolgzin niet vóór de afsluitende werkwoorden van de hoofdzin. Gebruik ... zo ingewikkeld geworden dat niemand het formulier direct begreep.
- Noem niet elke groep met dan of als een bijzin. Dan mijn buurman heeft geen eigen werkwoord; de harde vergelijkingsregel op deze pagina geldt voor een volledige afhankelijke bijzin.
- Verplaats een gewone betrekkelijke bijzin niet weg van een vooropstaand onderwerp om alleen maar afstand te scheppen. Door onderwerp en betrekkelijke bijzin bijeen te houden, voorkom je een onduidelijke aansluiting.
- Gebruik de regel voor bijzinnen niet om de plaats van een gewone voorzetselgroep te bepalen. De aparte pagina over voorzetselgroepen behandelt de keuze vóór of na de werkwoordgroep.
Zie ook
Herhaal het Nederlandse zinsframe, betrekkelijk die en dat en dan en als in vergelijkingen. Gebruik voor niet-zinsvormig materiaal aan de rechterrand de pagina over voorzetselgroepen na de werkwoordgroep.
- Welke zin plaatst een gevolgzin correct na de afsluitende werkwoordgroep?
- *Het systeem is zo traag dat niemand kon inloggen geworden.*
- *Het systeem zo traag is geworden dat niemand kon inloggen.*
- *Het systeem is zo traag geworden dat niemand kon inloggen.*
- *Dat niemand kon inloggen het systeem is zo traag geworden.*
*Is geworden* sluit de hoofdzin af. De gevolgzin *dat niemand kon inloggen* volgt daarna aan de rechterrand.
- Welke optie bevat een volledige vergelijkingszin op de gewone plaats aan de rechterrand?
- *De reparatie heeft langer geduurd dan wij hadden voorzien.*
- *De reparatie dan wij hadden voorzien heeft langer geduurd.*
- *Dan wij hadden voorzien de reparatie heeft langer geduurd.*
- *De reparatie heeft dan wij langer geduurd hadden voorzien.*
*Dan wij hadden voorzien* heeft een eigen onderwerp en werkwoorden. Het volgt op de werkwoordgroep *heeft geduurd* van de hoofdzin.
- Welke zin volgt de sterke tendens aan de rechterrand voor een bijzin die de inhoud van *de vraag* geeft?
- *De vraag of het budget volstaat heeft de commissie gesteld.*
- *Of het budget volstaat heeft de commissie de vraag gesteld.*
- *De commissie of het budget volstaat heeft de vraag gesteld.*
- *De commissie heeft de vraag gesteld of het budget volstaat.*
De hoofdzin sluit af met *heeft ... gesteld*. De inhoudsbijzin *of het budget volstaat* volgt daarna aan de rechterrand.
- Welke zin bevat een voortzettende betrekkelijke bijzin die een latere gebeurtenis toevoegt?
- *De brief die op tafel ligt, is voor de directeur.*
- *De medewerker die ons hielp, werkt vandaag thuis.*
- *De directie heeft het plan gepubliceerd, dat daarna breed werd besproken.*
- *Het plan dat gisteren verscheen bevat drie hoofdstukken.*
De komma en *daarna* tonen dat *dat daarna breed werd besproken* de volgende gebeurtenis na de publicatie toevoegt. De bijzin volgt op het afsluitende deelwoord *gepubliceerd*.
- Welke zin houdt een betrekkelijke bijzin veilig verbonden met een vooropstaand onderwerp?
- *De monteur heeft vanmorgen gebeld die de lift controleert.*
- *De monteur die de lift controleert, heeft vanmorgen gebeld.*
- *Die de lift controleert, de monteur heeft vanmorgen gebeld.*
- *De monteur heeft die de lift controleert vanmorgen gebeld.*
*De monteur* is het onderwerp op zinsplaats 1. Door *die de lift controleert* er direct naast te houden, blijft de aansluiting helder en natuurlijk.
Test jezelf
Question 1 of 5
Welke zin plaatst een gevolgzin correct na de afsluitende werkwoordgroep?