twee weken geleden, over een week, binnen een week
Gebruik geleden voor een tijdstip in het verleden, over voor een toekomstig tijdstip en binnen voor een uiterste termijn.
Het Nederlands gebruikt verschillende vormen voor drie afstanden ten opzichte van nu: Ik ben vier maanden geleden verhuisd., Over vier maanden verhuis ik. en Ik moet binnen vier maanden verhuizen. De tijdsduur is steeds dezelfde, maar elke vorm plaatst de gebeurtenis op een ander moment.
Hoe kies je geleden, over of binnen?
Zet geleden achter een tijdsduur voor een tijdstip in het verleden, zet over vóór een tijdsduur voor een toekomstig tijdstip nadat die hele periode voorbij is, en zet binnen vóór een tijdsduur voor elk moment voordat die periode eindigt.
- Bepaal of de gebeurtenis in het verleden ligt, op een toekomstig tijdstip plaatsvindt of vóór een toekomstige deadline moet gebeuren.
- Bouw de tijdsbepaling: tijdsduur + geleden, over + tijdsduur of binnen + tijdsduur.
- Controleer het eindpunt: bij over verstrijkt eerst de hele periode; bij binnen kan de gebeurtenis ook eerder plaatsvinden.
| Betekenis | Patroon | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Een gemeten afstand terug in het verleden | tijdsduur + geleden | De brief kwam drie dagen geleden. |
| Een tijdstip nadat de hele toekomstige periode voorbij is | over + tijdsduur | De training begint over drie dagen. |
| Elk moment voordat de toekomstige periode eindigt | binnen + tijdsduur | Beantwoord de brief binnen drie dagen. |
Wanneer gebruik je deze vormen?
- Gebruik geleden als je vanaf nu terugrekent: We hebben elkaar een week geleden gesproken.
- Gebruik over voor een afspraak of gebeurtenis op het tijdstip dat je na de genoemde tijd bereikt: Over een halfuur vertrekt de bus.
- Gebruik binnen voor een maximale wachttijd of deadline: U krijgt binnen tien werkdagen antwoord.
Terug kan met dezelfde betekenis en op dezelfde plaats als geleden staan: Dat gebeurde zes maanden terug. Leer geleden eerst, maar beide vormen zijn correct.
Veelgemaakte fouten
- Zet geleden niet vóór de tijdsduur. Schrijf twee weken geleden, niet geleden twee weken.
- Gebruik binnen niet als je precies het tijdstip bedoelt dat na een periode wordt bereikt. De afspraak is over precies een uur. noemt dat tijdstip; binnen een uur laat ook elk eerder moment toe.
Zie ook
Herhaal de kernbetekenissen van voorzetsels voor plaats en richting, datums, dagen en maanden voor kalenderdatums en klokkijken voor kloktijden.
- Vul de zin over het verleden aan: *Ik ben ___ verhuisd.*
- *drie maanden geleden*
- *geleden drie maanden*
- *over drie maanden*
- *binnen drie maanden*
Bij een tijdsduur terug in het verleden gebruik je *tijdsduur + geleden*: *Ik ben drie maanden geleden verhuisd.*
- De cursus begint nadat er twee volle weken voorbij zijn. Welke tijdsbepaling maakt *De cursus begint ___* compleet?
- *over twee weken*
- *binnen twee weken*
- *twee weken geleden*
- *twee weken terug*
*Over twee weken* wijst naar het tijdstip nadat de volle periode van twee weken voorbij is. *Binnen twee weken* zou elk moment vóór het einde van die periode kunnen betekenen.
- Een formulier moet vóór het einde van een termijn van vijf dagen binnen zijn. Welke tijdsbepaling past?
- *vijf dagen geleden*
- *over vijf dagen*
- *binnen vijf dagen*
- *geleden vijf dagen*
Bij een deadline gebruik je *binnen + tijdsduur*: *binnen vijf dagen* betekent voordat de vijf dagen voorbij zijn.
- Welke tijdsbepaling betekent hetzelfde als *zes maanden geleden*?
- *terug zes maanden*
- *over zes maanden*
- *binnen zes maanden*
- *zes maanden terug*
Zowel *terug* als *geleden* kan na de tijdsduur staan en naar het verleden verwijzen: *zes maanden terug* en *zes maanden geleden*.
- Een monteur kan morgen, overmorgen of de dag daarna komen, maar niet later. Vul in: *De monteur komt ___.*
- *drie dagen geleden*
- *binnen drie dagen*
- *geleden drie dagen*
- *over precies drie dagen*
De monteur kan op elk moment vóór het einde van de periode van drie dagen komen. Daarom past *binnen drie dagen*.
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul de zin over het verleden aan: Ik ben ___ verhuisd.