Een onderwerp buiten de zin: Dat huis, dat vind ik mooi
Een onderwerp kan buiten de kernzin staan en binnen die zin worden hervat met een aanwijzend woord of een ander passend verwijselement.
In Dat huis van jullie, dat vind ik prachtig noemt de spreker dat huis van jullie in de aanloop, buiten de kernzin. Het tweede dat hervat dat onderwerp binnen de zin. Dit hervattende dat staat op de eerste zinsplaats, zodat de persoonsvorm nog steeds op de tweede plaats komt: dat vind ik, niet dat ik vind.
Wat is het verschil tussen een aanloop en gewone vooropplaatsing?
Bij gewone vooropplaatsing staat één zinsdeel op de eerste plaats van de kernzin. Bij een aanloop staat het onderwerp buiten die kern en wordt het binnen de zin hervat met een verwijselement. De komma geeft de korte pauze weer die de twee delen meestal scheidt.
| Patroon | Zin | Wat staat op de eerste plaats van de kernzin? |
|---|---|---|
| Neutrale volgorde met het onderwerp voorop | Ik vind dat huis prachtig. | ik |
| Gewone vooropplaatsing | Dat huis vind ik prachtig. | dat huis |
| Onderwerp in de aanloop | Dat huis, dat vind ik prachtig. | het hervattende dat |
De laatste zin schendt de Nederlandse V2-regel dus niet. Tel vanaf de kernzin na de pauze: dat staat op plaats 1 en de persoonsvorm vind op plaats 2. Het onderwerp buiten de zin neemt die eerste plaats niet in. Zie vooropplaatsing en inversie voor het gewone patroon met één eerste zinsdeel.
Welk element hervat het onderwerp?
Kies in het productieve patroon op deze pagina een verwijselement dat binnen de kernzin dezelfde grammaticale functie kan vervullen als het onderwerp in de aanloop. Een naamwoordgroep wordt meestal hervat met het aanwijzend voornaamwoord die of dat. Bij een relatie met een voorzetsel gebruik je een voornaamwoordelijk bijwoord als daarmee of daarover. Tijd, voorwaarde en manier kunnen worden hervat met toen, dan en zo.
| Onderwerp buiten de kernzin | Hervattend element | Volledig patroon |
|---|---|---|
| een de-woord of een meervoudige naamwoordgroep | die | Die nieuwe regeling, die geldt vanaf juni. |
| een enkelvoudige naamwoordgroep met een het-woord | dat | Dat oude station, dat slopen ze volgend jaar. |
| een onderwerp met een voorzetselrelatie | daar + voorzetsel | Een zachte doek, daarmee maak je het scherm schoon. |
| een tijd in het verleden | toen | In mijn eerste werkweek, toen kende ik nog niemand. |
| een voorwaarde | dan | Als de verbinding uitvalt, dan schakelen we over. |
| een manier of vergelijking | zo | Zoals het nu is ingericht, zo werkt het niet prettig. |
Bij een voorzetselrelatie kan de eerste woordgroep de zaak noemen zonder het voorzetsel te herhalen: Die aanvraag, daarover beslist de commissie morgen. Het voornaamwoordelijk bijwoord draagt binnen de zin het vereiste voorzetsel. Dat is hetzelfde systeem van daar + voorzetsel dat je elders in het Nederlands tegenkomt; hier gaat het specifiek om de hervattende functie.
Het hervattende element moet de juiste functie hebben
In Die man, die ken ik is die het lijdend voorwerp van ken en is ik het onderwerp. Het oppervlakkig vergelijkbare Die man, hij ken ik is niet mogelijk: de onderwerpsvorm hij kan niet als het ontbrekende lijdend voorwerp dienen, terwijl de zin al het onderwerp ik heeft. Wordt de persoon als onderwerp hervat, dan moet de persoonsvorm daarbij passen: Die man, die kent mij wel.
| Bedoelde functie | Correct | Waarom? |
|---|---|---|
| het onderwerp in de aanloop is het lijdend voorwerp | Die adviseur, die bel ik morgen. | die vult de voorwerpspositie; ik is het onderwerp |
| het onderwerp in de aanloop is het grammaticale onderwerp | Die adviseur, die belt mij morgen. | die is het onderwerp; het enkelvoud belt congrueert ermee |
| het onderwerp hoort in een woordgroep met over | Die aanvraag, daarover bel ik morgen. | daarover bevat zowel de verwijzing als over |
In gesprekken hoor je ook een zogenoemde losstaande-topiekconstructie waarin later in de zin een persoonlijk voornaamwoord staat, bijvoorbeeld Die adviseur, ik bel hem morgen. Dat is een gedocumenteerde constructie, maar niet het patroon met een aanwijzend voornaamwoord op de eerste plaats dat je hier oefent. Vermeng de twee patronen niet door de onderwerpsvorm hij te gebruiken waar een lijdend voorwerp nodig is.
Wat gebeurt er als de volledige omschrijving achteraan staat?
De uitgebreidere omschrijving kan ook in de uitloop staan, na een kernzin die grammaticaal al volledig is: Dat vind ik prachtig, dat huis van jullie. Het eerdere dat legt de verwijzing vast; de woordgroep na de komma benoemt of verduidelijkt die verwijzing. Dit heet ook wel rechtsdislocatie.
| Plaats buiten de kernzin | Voorbeeld | Effect op de informatie |
|---|---|---|
| Aanloop: ervoor | Die nieuwe collega, die heb ik gisteren gesproken. | introduceert het onderwerp vóór de mededeling |
| Uitloop: erna | Ik heb haar gisteren gesproken, die nieuwe collega. | voegt achteraf een specifiekere aanduiding toe |
| Uitloop met een voorzetselcorrelaat | Daar wacht hij al weken op, op die uitslag. | verduidelijkt waar daarop naar verwijst |
Een uitloop is niet zomaar een gewoon lijdend voorwerp dat achter de werkwoorden staat. De voorafgaande zin bevat normaal een correlaat als haar, dat of daarop en kan zelfstandig staan. De laatste woordgroep wordt door een intonatiebreuk afgescheiden en klinkt vaak als een toevoeging achteraf of een nuttige herinnering. Deze patronen komen vooral in gesprekken voor; gebruik ze gericht in voorbereide teksten.
Hoe past wat ... betreft in dit patroon?
In formeel en bestuurlijk Nederlands beperkt wat ... betreft het onderwerp van de mededeling. De woordgroep kan de eerste plaats van de kernzin innemen en veroorzaakt dan gewone inversie. Hij kan ook als echte aanloop buiten de kernzin staan, waarna die kernzin met het onderwerp begint. In schrijftaal is de geïntegreerde versie meestal de veiligste keuze.
| Analyse | Voorbeeld | Woordvolgorde na de onderwerpzin |
|---|---|---|
| Geïntegreerde eerste zinsplaats | Wat de planning betreft, beginnen we maandag. | persoonsvorm beginnen vóór onderwerp we |
| Afzonderlijke aanloop | Wat de planning betreft, we beginnen maandag. | de kernzin begint zelfstandig met onderwerp we |
| Vaste moderne variant | Wat betreft de planning, beginnen we maandag. | ook standaardtaal; hier met geïntegreerde woordvolgorde |
De oudere gesplitste volgorde wat de planning betreft blijft bruikbaar in formele teksten. De inmiddels ingeburgerde vaste volgorde wat betreft de planning is ook correct; voor wat betreft komt eveneens voor, al heeft de kortere vorm vaak de voorkeur. Kies één constructie en laat de woordvolgorde van de kernzin aansluiten bij je analyse.
Wanneer gebruik je dislocatie?
Na een gesproken aanloop volgt normaal een korte pauze, die in geschreven tekst meestal als komma verschijnt. Ook een uitloop wordt met komma-intonatie van de kernzin gescheiden. Niet de komma zelf maakt de constructie grammaticaal, maar hij helpt de lezer zien dat de woordgroep buiten de zin niet om een plaats binnen de zin concurreert.
- Gebruik gewone vooropplaatsing voor bondig, neutraal proza: Dit voorstel bespreken we morgen.
- Gebruik een aanloop als je bewust een onderwerp wilt introduceren of contrasteren: Dit voorstel, dat bespreken we morgen.
- Gebruik een uitloop vooral voor verduidelijking in gesprekken: Dat bespreken we morgen, dit voorstel.
- Gebruik wat ... betreft als een formele tekst een duidelijke afbakening van het onderwerp nodig heeft, maar herhaal het niet in elke alinea.
- Controleer na de pauze de kernzin op zichzelf. De persoonsvorm moet nog steeds de woordvolgorde van een Nederlandse hoofdzin volgen.
Veelgemaakte fouten
- Tel het onderwerp buiten de zin niet als de eerste zinsplaats om vervolgens het hervattende element weg te laten. Vergelijk Dat huis vind ik mooi met Dat huis, dat vind ik mooi.
- Gebruik de onderwerpsvorm hij niet als lijdend voorwerp in Die man, die ken ik.
- Laat het voorzetsel binnen de kernzin niet weg: Die kwestie, daarover praten we, niet Die kwestie, daar praten we wanneer het werkwoord over vereist.
- Beschouw niet iedere zware woordgroep achter een werkwoord als een uitloop. Zoek naar een volledige voorafgaande zin en een passend correlaat.
- Neem niet aan dat wat ... betreft altijd dezelfde volgorde erna oplevert. Bepaal of de woordgroep de eerste plaats inneemt of buiten de kernzin staat.
Zie ook
Vergelijk dit met gewone vooropplaatsing en inversie, aanwijzende voornaamwoorden en aanwijzende voornaamwoorden als vervanging. De kernzin volgt nog altijd de V2-regel.
- In welke zin staat een onderwerp in de aanloop en is de kernzin correct gevormd?
- Dat rapport, ik morgen lees.
- Dat rapport, dat lees ik morgen.
- Dat rapport dat, lees morgen ik.
- Dat rapport, dat ik lees morgen.
Het onderwerp buiten de zin wordt hervat met *dat*. In de kernzin staat *dat* op de eerste plaats en de persoonsvorm *lees* op de tweede.
- Welke versie bevat gewone vooropplaatsing in plaats van dislocatie?
- Die fout, die herstellen we vandaag.
- Die fout herstellen we vandaag.
- We herstellen hem vandaag, die fout.
- Die fout, we herstellen hem vandaag.
Bij gewone vooropplaatsing staat *die fout* zelf op de eerste plaats. Er is geen onderwerp buiten de zin, pauze of hervattend element.
- Hoe hervat je het onderwerp als de kernzin de combinatie *praten over* bevat?
- Die wijziging, die praten we morgen.
- Die wijziging, daarmee praten we morgen.
- Die wijziging, daarover praten we morgen.
- Die wijziging, waarop praten we morgen.
Het voornaamwoordelijk bijwoord *daarover* verwijst terug naar de zaak en behoudt het vereiste voorzetsel *over*.
- Welke zin bevat een uitloop?
- Die nieuwe planner, die werkt erg precies.
- Die nieuwe planner werkt erg precies.
- Hij werkt erg precies, die nieuwe planner.
- Omdat die nieuwe planner erg precies werkt.
De kernzin *Hij werkt erg precies* is volledig. De woordgroep na de komma geeft een uitgebreidere aanduiding van *hij*.
- In welke formele zin staat wat ... betreft geïntegreerd op de eerste zinsplaats?
- Wat de kosten betreft, we sturen morgen een overzicht.
- Wat de kosten betreft, sturen we morgen een overzicht.
- Wat de kosten betreft, we morgen sturen een overzicht.
- Wat de kosten betreft, dat we sturen morgen een overzicht.
Als de woordgroep op de eerste plaats staat, komt de persoonsvorm *sturen* volgens de gewone V2-regel vóór het onderwerp *we*.
Test jezelf
Question 1 of 5
In welke zin staat een onderwerp in de aanloop en is de kernzin correct gevormd?