Veelgebruikte verbindende bijwoorden: inversie na daarom, dus en toch
Hoe veelgebruikte Nederlandse verbindende bijwoorden de eerste zinsplaats innemen en de persoonsvorm vóór het onderwerp zetten.
Een verbindend bijwoord verbindt een nieuwe hoofdzin met wat eraan voorafgaat: De lift is kapot. Daarom neem ik de trap. Omdat daarom de eerste zinsplaats inneemt, komt de persoonsvorm neem vóór het onderwerp ik.
Hoe begin je met een verbindend bijwoord?
Zet het verbindende bijwoord op zinsplaats 1, daarna de persoonsvorm en vervolgens het onderwerp: verbindend bijwoord + persoonsvorm + onderwerp.
- Schrijf de eerste gedachte als een volledige zin: De winkel is dicht.
- Kies een veelgebruikt bijwoord dat het verband aangeeft, zoals daarom voor een gevolg, toch voor een tegenstelling of anders voor een alternatief.
- Begin de volgende hoofdzin met dat bijwoord en zet de persoonsvorm er direct achter: Daarom kom ik morgen terug.
Dit is de gewone V2-regel, geen nieuwe werkwoordsvorm. Als je met het bijwoord begint, komt het onderwerp na de persoonsvorm. Dat is dezelfde inversie als na een tijds- of plaatsbepaling.
Wanneer gebruik je deze verbindende bijwoorden?
| Bijwoord | Kernbetekenis | Voorbeeld aan het begin |
|---|---|---|
| daarom | geeft een reden of gevolg aan | Het loket is al dicht. Daarom kom ik morgen terug. |
| daardoor | geeft een oorzaak en het gevolg daarvan aan | De bus had vertraging. Daardoor kwam Amir te laat. |
| toch | geeft een onverwachte tegenstelling aan | Het waaide hard. Toch ging Lotte naar buiten. |
| anders | noemt wat er gebeurt als de eerste situatie niet geldt | Vertrek nu. Anders mis je de trein. |
| daarna | geeft een volgende stap in de tijd aan | We drinken koffie. Daarna beginnen we. |
| dus | geeft een conclusie of gevolg aan | Het wordt laat. Dus ga ik naar huis. |
Kan het bijwoord later in de zin staan?
Ja. Een verbindend bijwoord is een deel van de zin en kan op verschillende plaatsen staan. Vergelijk Daarom neem ik de trein met Ik neem daarom de trein. In de tweede versie staat ik al op zinsplaats 1. Daarom houd je de gewone volgorde onderwerp-persoonsvorm. Dat zie je ook in Ze komt toch mee en We eten daarna thuis.
Waarom heeft dus twee woordvolgordes?
dus kan als verbindend bijwoord of als nevenschikkend voegwoord werken. Als bijwoord op zinsplaats 1 veroorzaakt het inversie: De batterij is leeg. Dus laad ik hem op. Als voegwoord staat het buiten de tweede hoofdzin en blijft het onderwerp vooraan staan: De batterij is leeg, dus ik laad hem op. Beide patronen zijn standaardtaal en hebben hier dezelfde betekenis.
Veelgemaakte fouten
- Zet het onderwerp niet direct na een vooropgeplaatst verbindend bijwoord: niet Daarom ik neem de trap, maar Daarom neem ik de trap.
- Zet de persoonsvorm niet achteraan. Deze woorden beginnen een hoofdzin of staan erin; het zijn geen onderschikkende voegwoorden: Daarom blijf ik thuis, niet Daarom ik thuis blijf.
- Keur de volgorde met het onderwerp vooraan na dus niet af. In Dus ga ik... is dus een bijwoord; in dus ik ga... is het een voegwoord.
Lees ook
Herhaal de V2-regel en vooropplaatsing en inversie. Vergelijk nevenschikkende voegwoorden, onderschikkende voegwoorden en het afzonderlijke gebruik van modale partikels.
- Vul de tweede zin aan: *Het sneeuwt. Daarom ___ Noor thuis.*
- blijft
- Noor blijft
- thuis blijft
- blijven
*Daarom* staat op zinsplaats 1. Daarna komen de persoonsvorm en het onderwerp: *Daarom blijft Noor thuis.*
- Welke zin heeft de juiste woordvolgorde met *toch* aan het begin?
- *Toch Sara gaat fietsen.*
- *Toch gaat Sara fietsen.*
- *Toch Sara fietsen gaat.*
- *Toch fietsen Sara gaat.*
Na een vooropgeplaatst verbindend bijwoord komen de persoonsvorm en daarna het onderwerp: *Toch gaat Sara fietsen.*
- Welke uitspraak over deze twee zinnen klopt? *Dus bestel ik soep.* / *Dus ik bestel soep.*
- Alleen de eerste zin is standaardtaal.
- Alleen de tweede zin is standaardtaal.
- Beide zijn standaardtaal: in de eerste zin is *dus* een bijwoord en in de tweede een voegwoord.
- Geen van beide is standaardtaal.
*dus* heeft beide functies. Als bijwoord staat het op zinsplaats 1 en veroorzaakt het inversie. Als nevenschikkend voegwoord staat het buiten de zin en blijft het onderwerp vooraan.
- In welke zin staat het verbindende bijwoord correct in een zin die met het onderwerp begint?
- *Wij daarom nemen de bus.*
- *Wij nemen daarom de bus.*
- *Wij daarom de bus nemen.*
- *Wij de bus daarom nemen.*
Als *wij* op zinsplaats 1 staat, blijft de persoonsvorm tweede en kan *daarom* later staan: *Wij nemen daarom de bus.*
- Kies het beste verband: *Het regent. ___ gaat Elena wandelen.*
- Daarom
- Daardoor
- Toch
- Daarna
*toch* drukt hier een onverwachte tegenstelling uit: ondanks de regen gaat Elena wandelen. Aan het begin volgt de persoonsvorm: *Toch gaat Elena wandelen.*
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul de tweede zin aan: Het sneeuwt. Daarom ___ Noor thuis.
See also
- De verb-second-regel (V2) in het Nederlands
- Inversie in het Nederlands: Morgen ga ik
- Nederlandse nevenschikkende voegwoorden: en, maar, of, want en dus
- Onderschikkende voegwoorden: omdat, als, terwijl, hoewel, zodat
- Nederlandse modale partikels: even, maar, eens, toch, wel
- toen, als of wanneer: hoe zeg je 'when'?