al, nog, nog niet en niet meer: begonnen, doorgaand of gestopt
Hoe je al met nog niet en nog met niet meer combineert, inclusief nog geen en geen ... meer rond zelfstandige naamwoorden.
Met vier korte uitdrukkingen laat je zien of iets is gebeurd, doorgaat of is gestopt. Heb je al een huisarts? — Nee, nog niet. Werk je nog in Leiden? — Nee, ik werk daar niet meer.
Hoe kies je tussen al, nog, nog niet en niet meer?
Kies al of nog niet als je vraagt of iets is begonnen of gebeurd. Kies nog of niet meer als je vraagt of iets nu doorgaat.
| Situatie nu | Uitdrukking | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Het is gebeurd of begonnen | al | De apotheek is al open. |
| Het is tot nu toe niet gebeurd of begonnen | nog niet | De apotheek is nog niet open. |
| Het gaat door | nog | De apotheek is nog open. |
| Het is gestopt of geldt niet langer | niet meer | De apotheek is niet meer open. |
Wanneer gebruik je elk paar?
- Vraag met al als je verwacht dat iets inmiddels kan zijn gebeurd: Heeft Fatima al betaald? Een kort ontkennend antwoord is Nee, nog niet.
- Vraag met nog als je wilt weten of een situatie doorgaat: Is de apotheek nog open? Als de apotheek is gesloten, antwoord je Nee, hij is niet meer open.
Wat verandert er bij een onbepaald zelfstandig naamwoord?
Als het zelfstandig naamwoord in een bevestigende zin een of geen lidwoord krijgt, gebruik je geen in plaats van niet. Zo ontstaan twee handige patronen: nog geen + zelfstandig naamwoord en geen + zelfstandig naamwoord + meer.
| Betekenis | Patroon | Voorbeeld |
|---|---|---|
| tot nu toe geen | nog geen + zelfstandig naamwoord | Ik heb nog geen afspraak. |
| niet langer een of geen ... meer | geen + zelfstandig naamwoord + meer | Ik heb geen auto meer. |
| nog niet, met een bepaald lijdend voorwerp | lijdend voorwerp + nog niet | Ik heb de rekening nog niet betaald. |
| niet meer, met een bepaald lijdend voorwerp of handeling | lijdend voorwerp/handeling + niet meer | Ik gebruik die fiets niet meer. |
Houd de onderdelen in deze volgorde. Zeg nog niet of nog geen als iets tot nu toe niet is gebeurd; draai de woorden voor deze betekenis niet om. Bij geen ... meer staat het zelfstandig naamwoord tussen beide woorden: We hebben geen melk meer. Lees meer over de algemene plaatsingsregels op de pagina over de plaats van niet.
Wat is het verschil tussen pas en al?
Bij een tijdsduur of hoeveelheid kan al aangeven dat je iets eerder, langer of meer vindt dan verwacht. Met pas presenteer je dezelfde soort informatie als slechts of nog niet veel: Nora woont hier al zes jaar. Leo woont hier pas twee maanden. Niet het getal, maar het perspectief van de spreker bepaalt welk woord past.
Veelgemaakte fouten
- Gebruik niet niet nog als iets tot nu toe niet is gebeurd. Zeg De bus is nog niet vertrokken.
- Zet meer niet vóór een onbepaald zelfstandig naamwoord dat je met geen ontkent. Zeg Ik heb geen werk meer, niet Ik heb geen meer werk.
- Vervang geen niet door niet vóór een onbepaald zelfstandig naamwoord: We hebben nog geen antwoord, niet nog niet een antwoord.
Lees ook
Herhaal de keuze tussen niet en geen, de plaats van niet en onbepaalde personen en zaken. De pagina over onbepaalde hoeveelheden en alles behandelt verwante hoeveelheidswoorden.
- Vul het antwoord aan: *Heb je al een verblijfskaart? — Nee, ___.*
- niet meer
- nog niet
- niet nog
- nog
Een ontkennend antwoord op een vraag met *al* is *nog niet*: het is tot nu toe niet gebeurd.
- Vul het antwoord aan: *Is de winkel nog open? — Nee, hij is ___ open.*
- al
- nog niet
- niet meer
- geen meer
De situatie is gestopt, dus gebruik je *niet meer*: *Hij is niet meer open.*
- Welke zin betekent dat we tot nu toe geen huis hebben?
- *We hebben geen huis meer.*
- *We hebben nog geen huis.*
- *We hebben geen nog huis.*
- *We hebben niet meer een huis.*
Bij een onbepaald zelfstandig naamwoord gebruik je *nog geen + zelfstandig naamwoord*: *We hebben nog geen huis.* *geen huis meer* zou betekenen dat we eerst wel een huis hadden.
- Welke zin betekent correct dat Mila niet langer een auto heeft?
- *Mila heeft nog geen auto.*
- *Mila heeft geen meer auto.*
- *Mila heeft geen auto meer.*
- *Mila heeft niet nog een auto.*
Bij een onbepaald zelfstandig naamwoord staat *geen* vóór het zelfstandig naamwoord en *meer* erna: *Mila heeft geen auto meer.*
- Welk woord presenteert drie weken als een korte periode? *Yusuf woont hier ___ drie weken.*
- pas
- al
- niet meer
- nog niet
*pas* presenteert de drie weken als een korte periode: *Yusuf woont hier pas drie weken.*
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul het antwoord aan: Heb je al een verblijfskaart? — Nee, ___.