Leer hoe je een Nederlandse zin ontkennend maakt, het ontkennende woord op de juiste plaats zet en al, nog, nog niet en niet meer gebruikt.
Ik werk niet. Ik heb geen auto. In het Nederlands gebruik je niet om een handeling, beschrijving of ander deel van een zin te ontkennen. Het woord geen staat voor een zelfstandig naamwoord als de bevestigende zin een onbepaald lidwoord of geen lidwoord zou hebben. De plaats van niet bepaalt wat de spreker ontkent: de hele mededeling of 茅茅n bepaald deel. De uitdrukking nog niet betekent dat een verwachte gebeurtenis niet is gebeurd. De uitdrukking niet meer betekent dat een bestaande situatie is gestopt.
Lees eerst niet of geen?, want die keuze bepaalt de meeste alledaagse ontkennende zinnen. Ga verder met de plaats van niet om te zien hoe die plaats verandert als een werkwoord aan het einde staat en als je 茅茅n bepaald deel ontkent. Sluit af met al, nog, nog niet en niet meer om begonnen, doorgaande, nog niet begonnen en gestopte situaties van elkaar te onderscheiden.