Twee onderwerpen met en, of of noch: welke werkwoordsvorm?
Zo kiest het Nederlands enkelvoudige of meervoudige congruentie bij onderwerpen met en, zowel ... als, noch ... noch of een andere nevenschikker.
Een onderwerp kan uit twee of meer delen bestaan die met en, of of noch zijn verbonden. In De arts en de assistent zijn klaar vormen twee afzonderlijke personen samen een meervoudig onderwerp. Daarom is de werkwoordsvorm zijn.
Welke werkwoordsvorm volgt op nevengeschikte onderwerpen?
Gebruik het meervoud voor gewone afzonderlijke leden met en. Controleer daarna of het verbindingswoord of de betekenis een gedocumenteerd enkelvoudig of variabel patroon oplevert.
- Zoek het volledige onderwerp en het verbindingswoord: en, zowel ... als, noch ... noch, of of een ander paar.
- Controleer of een lid meervoudig is. Een meervoudig lid maakt het hele nevengeschikte onderwerp normaal meervoudig, binnen de specifieke regels per verbindingswoord hieronder.
- Vraag bij en of de leden afzonderlijke personen of zaken noemen. Afzonderlijke leden krijgen normaal een meervoudige persoonsvorm.
- Controleer de bijzondere enkelvoudsgevallen: één referent met twee benamingen, één geheel, herhaald elk/ieder, zelfstandig gebruikte werkwoorden of een presenterende zin met er.
- Herschrijf in verzorgde taal een zin met of wanneer de leden botsende persoons- of getalsvormen vereisen.
| Onderwerpspatroon | Keuze van de persoonsvorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| afzonderlijke bepaalde leden met en | meervoud | De buurvrouw en de conciërge openen de zaal. |
| één persoon met twee benamingen en één gedeelde bepaler | enkelvoud | Mijn buurman en beste vriend woont hiernaast. |
| leden gepresenteerd als één combinatie | enkelvoud mogelijk; meervoud benadrukt de afzonderlijke delen | Soep en brood is vandaag de lunch. |
| zelfstandig gebruikte werkwoorden als één geheel van activiteiten | enkelvoud gebruikelijk; meervoud kan de activiteiten afzonderlijk voorstellen | Lezen en samenvatten kost tijd. |
| herhaald elk of ieder | enkelvoud | Elke factuur en elke bijlage telt. |
| nieuwe zaken ingevoerd met presenterend er | enkelvoud gebruikelijk; bij telbare zaken is meervoud ook mogelijk | Er staat/staan een fiets en een scooter voor de deur. |
De bepaler helpt bij de test voor één referent. Mijn buurman en beste vriend woont hiernaast presenteert één persoon met twee beschrijvingen. Mijn buurman en mijn beste vriend wonen hiernaast presenteert normaal twee personen en krijgt daarom het meervoud.
Wat gebeurt er na zowel ... als, noch ... noch en of?
Elk verbindingswoord heeft een eigen congruentiepatroon. Bij verschillende paren laten twee enkelvoudige leden een enkelvoudige persoonsvorm toe of hebben ze daarvoor een voorkeur. Een meervoudig lid vereist meestal het meervoud.
| Verbindingswoord en onderwerp | Regel | Voorbeeld |
|---|---|---|
| zowel ... als met twee enkelvoudige leden in de derde persoon | De traditionele norm is enkelvoud. Meervoud is in de praktijk ook correct en gebruikelijk. | Zowel de arts als de apotheker is/zijn bereikbaar. |
| zowel ... als met minstens één meervoudig lid | meervoud, ongeacht de volgorde | Zowel de arts als de apothekers zijn bereikbaar. |
| noch ... noch met twee enkelvoudige leden | enkelvoud is altijd mogelijk; meervoud meestal ook | Noch de sleutel noch de pas werkt/werken. |
| noch ... noch met een meervoudig lid | meervoud | Noch de beheerder noch de bewoners zijn aanwezig. |
| uitsluitend of met twee enkelvoudige alternatieven | enkelvoud | De arts of de assistent belt je vanmiddag. |
| inclusief of met twee enkelvoudige alternatieven | voorkeur voor enkelvoud; meervoud kan mogelijk zijn | De arts of de assistent belt/bellen je zodra de uitslag er is. |
| niet alleen ... maar ook | de persoonsvorm komt overeen met het dichtstbijzijnde lid | Niet alleen de cursisten, maar ook de docent wacht. / Niet alleen de docent, maar ook de cursisten wachten. |
Het enkelvoud na zowel ... als is de norm bij twee enkelvoudige leden in de derde persoon, geen algemeen verbod op het meervoud. Is een van beide leden meervoudig, gebruik dan een meervoudige persoonsvorm. Bij twee enkelvoudige leden na noch ... noch kunnen beide getallen standaardtaal zijn; het enkelvoud is altijd beschikbaar.
Hoe behandel je gemengde persoon of gemengd getal na of?
Een onderwerp als Jan of ik vraagt één werkwoord tegelijk bij Jan en ik te passen. Spontane spreektaal kan het dichtstbijzijnde lid volgen. Verzorgde schrijftaal vermijdt vormen als Jan of ik heeft/heb/hebben dat gemeld. Schrijf Een van ons heeft dat gemeld of herhaal het werkwoord: Jan heeft dat gemeld of ik heb het gemeld.
Ook gemengd getal kan dit probleem veroorzaken: mijn ouders of mijn zus zal/zullen komen. Geef elk alternatief een eigen zin of gebruik een woordgroep als een van hen wanneer de getalskeuze van de boodschap afleidt.
Wanneer gebruik je welke werkwoordsvorm?
- Gebruik het meervoud met en als je afzonderlijke personen of zaken kunt aanwijzen: De huurder en de verhuurder ondertekenen het contract.
- Gebruik het enkelvoud als één gedeelde bepaler duidelijk twee benamingen aan één persoon geeft, of als herhaald elk/ieder de mededeling over elk lid apart verdeelt.
- Kies bij variabele patronen de vorm die bij je bedoelde lezing past. Enkelvoud kan één geheel presenteren; meervoud kan de afzonderlijke delen benadrukken.
- Kies in een regeloefening met twee enkelvoudige leden in de derde persoon na zowel ... als het traditionele enkelvoud. Herken het meervoud als correct werkelijk gebruik.
Veelgemaakte fouten
- Pas op zowel ... als geen algemene meervoudsregel toe. Twee enkelvoudige leden in de derde persoon krijgen traditioneel een enkelvoudige persoonsvorm, terwijl meervoud in de praktijk ook correct is.
- Leid uit en alleen niet af dat er één referent is. De gedeelde bepaler in mijn buurman en beste vriend ondersteunt één persoon; herhaald mijn vormt normaal twee naamwoordgroepen.
- Dwing na of met gemengde personen niet één twijfelachtige werkwoordsvorm af. Door de zin te herschrijven krijgt elk onderwerp een duidelijk passende persoonsvorm.
Zie ook
Herhaal nevenschikkende voegwoorden, de vormen van de onvoltooid tegenwoordige tijd, de onregelmatige werkwoorden zijn en hebben en het verschil met onderschikkende voegwoorden. De betekenissen en parallelle vormen van de paren staan bij reeksvormers.
- Kies de werkwoordsvorm voor twee afzonderlijke personen: *De arts en de assistent ___ klaar.*
- *is*
- *zijn*
- *bent*
- *ben*
De twee bepaalde naamwoordgroepen noemen afzonderlijke personen die met *en* zijn verbonden. Onderwerp en persoonsvorm staan dus in het meervoud: *zijn*.
- Welke zin presenteert duidelijk één persoon met twee benamingen?
- *Mijn buurvrouw en mijn huisarts wonen hiernaast.*
- *Mijn buurvrouw en huisarts woont hiernaast.*
- *Mijn buurvrouw en huisarts wonen hiernaast.*
- *Mijn buurvrouw en mijn huisarts woont hiernaast.*
Door één gedeeld *mijn* kunnen *buurvrouw en huisarts* dezelfde persoon beschrijven. Enkelvoudig *woont* komt met die ene referent overeen.
- Welke zin volgt de traditionele congruentienorm voor twee enkelvoudige leden met *zowel ... als*?
- *Zowel de arts als de apotheker is bereikbaar.*
- *Zowel de arts als de apotheker ben bereikbaar.*
- *Zowel de arts als de apotheker bent bereikbaar.*
- *Zowel de arts als de apothekers is bereikbaar.*
De traditionele norm gebruikt enkelvoudig *is* bij twee enkelvoudige leden in de derde persoon. Meervoudig *zijn* is in werkelijk gebruik ook correct, maar staat niet tussen deze opties.
- Welke uitspraak over *Noch de sleutel noch de pas werkt/werken* klopt?
- Alleen het meervoud kan correct zijn.
- Alleen het enkelvoud kan ooit correct zijn.
- Het enkelvoud is altijd mogelijk en het meervoud meestal ook.
- De persoonsvorm moet alleen met het eerste lid overeenkomen.
Bij twee enkelvoudige leden met *noch ... noch* is een enkelvoudige persoonsvorm altijd mogelijk en is een meervoudige vorm meestal ook standaardtaal.
- Wat is in verzorgde schrijftaal de duidelijkste vervanging voor *Jan of ik heeft/heb/hebben dat gemeld*?
- *Jan of ik heeft dat gemeld.*
- *Jan of ik hebben dat gemeld.*
- *Jan of ik heb dat gemeld.*
- *Een van ons heeft dat gemeld.*
*Een van ons heeft dat gemeld* neemt het conflict in persoon weg. De drie samengetrokken alternatieven zijn in verzorgde schrijftaal problematisch.
Test jezelf
Question 1 of 5
Kies de werkwoordsvorm voor twee afzonderlijke personen: De arts en de assistent ___ klaar.