trots op, behoefte aan: voorzetsels na bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden
Hoe bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden een vast voorzetsel kiezen dat je als deel van de hele uitdrukking leert.
Bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden kunnen net als werkwoorden een vast voorzetsel kiezen: trots op haar werk en behoefte aan rust. Het voorzetsel hoort bij de volledige Nederlandse uitdrukking. Leer daarom trots op en behoefte aan als eenheid en probeer het voorzetsel niet uit zijn losse basisbetekenis af te leiden.
Wat betekent het als een bijvoeglijk of zelfstandig naamwoord een voorzetsel kiest?
In deze combinaties bepaalt het bijvoeglijk of zelfstandig naamwoord welk voorzetsel de aanvulling inleidt. Het voorzetsel heeft dan weinig zelfstandige ruimtelijke betekenis en een ander aannemelijk voorzetsel kan het meestal niet vervangen. Vergelijk bang voor de uitslag, benieuwd naar de uitslag en tevreden met de uitslag. Dezelfde naamwoordgroep volgt op drie verschillende voorzetsels, omdat het bepalende woord telkens anders is.
| Bepalend woord | Leer als één eenheid | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Bijvoeglijk naamwoord | trots op | Mina is trots op haar diploma. |
| Bijvoeglijk naamwoord | afhankelijk van | De planning is afhankelijk van het weer. |
| Zelfstandig naamwoord | behoefte aan | Er is behoefte aan duidelijke uitleg. |
| Zelfstandig naamwoord | bezwaar tegen | Niemand had bezwaar tegen het voorstel. |
Dit is lexicale selectie, net als bij een vast werkwoord + voorzetsel. De bruikbare algemene regel is dat een vaste aanvulling een voorzetsel nodig heeft. Welk voorzetsel dat is, moet je nog steeds samen met het bijvoeglijk of zelfstandig naamwoord leren.
Belangrijke combinaties met bijvoeglijke naamwoorden
Leer het bijvoeglijk naamwoord samen met een korte vraag of voorbeeldzin. Zo leg je zowel de betekenis als het vaste voorzetsel vast: Waar ben je bang voor? en Waar ben je benieuwd naar?
| Combinatie | Betekenis | Voorbeeldzin |
|---|---|---|
| trots op | positief oordeel over een prestatie, eigenschap of bezit | Zij zijn trots op hun resultaat. |
| bang voor | angst gericht op iemand of iets | De hond is bang voor vuurwerk. |
| afhankelijk van | onder invloed van of bepaald door een andere factor | De prijs is afhankelijk van het aantal deelnemers. |
| benieuwd naar | willen weten of ervaren wat volgt | Ik ben benieuwd naar je reactie. |
| tevreden met | een positief of voldoende oordeel over het resultaat | Ben je tevreden met de oplossing? |
Sommige bijvoeglijke naamwoorden laten meer dan één voorzetsel toe, met een verschil in perspectief of ingeburgerd gebruik. Het Nederlands heeft bijvoorbeeld zowel tevreden met als tevreden over. Maak van een productieve lijst niet de regel dat elk bijvoeglijk naamwoord precies één mogelijke partner heeft. Raadpleeg een woordenboek als een bekende combinatie een tweede vorm heeft.
Belangrijke combinaties met zelfstandige naamwoorden
Een aanvulling bij een zelfstandig naamwoord volgt normaal op dat naamwoord: het recht op privacy, kritiek op het beleid. Lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden kunnen vóór het zelfstandig naamwoord staan zonder dat het gekozen voorzetsel verandert: een groot gebrek aan personeel.
| Combinatie | Betekenis | Voorbeeldzin |
|---|---|---|
| behoefte aan | wat nodig of gewenst is | De buurt heeft behoefte aan meer groen. |
| kans op | mogelijkheid of risico dat iets gebeurt | Er is kans op vertraging. |
| kritiek op | negatieve beoordeling van iets | De commissie kreeg kritiek op haar besluit. |
| recht op | aanspraak op iets | Iedere werknemer heeft recht op pauze. |
| gebrek aan | te weinig of afwezigheid van iets | Door gebrek aan tijd verviel het overleg. |
| bezwaar tegen | gemotiveerde tegenwerping | Heb je bezwaar tegen deze wijziging? |
Het voorzetsel hoort bij de relatie tussen het zelfstandig naamwoord en zijn aanvulling, niet automatisch bij elk werkwoord in de buurt. In De commissie kreeg kritiek op haar besluit vult op haar besluit het woord kritiek aan. In De commissie reageerde op haar besluit hoort op haar besluit bij het werkwoord reageren. De zichtbare volgorde kan op elkaar lijken, maar een ander woord kiest het voorzetsel.
Behoud het voorzetsel als het zelfstandig naamwoord deel van het gezegde wordt
Veel abstracte zelfstandige naamwoorden komen zowel in een naamwoordgroep als in een vast gezegde voor. Hetzelfde voorzetsel bij de aanvulling blijft dan vaak zichtbaar. Leer de verwante vormen samen, maar leer ook het steunwerkwoord: dat kun je niet alleen uit het zelfstandig naamwoord voorspellen.
| Naamwoordgroep | Patroon in het gezegde | Voorbeeld |
|---|---|---|
| de behoefte aan opvang | behoefte hebben aan | Veel ouders hebben behoefte aan flexibele opvang. |
| het recht op inzage | recht hebben op | Je hebt recht op inzage in je dossier. |
| het bezwaar tegen de bouw | bezwaar hebben/maken tegen | De buren maakten bezwaar tegen de bouw. |
| de kritiek op de aanpak | kritiek hebben op | De raad had kritiek op de aanpak. |
Laat het voorzetsel niet weg als je de zinsvorm verandert: Je hebt recht op hulp, niet Je hebt recht hulp. Voeg omgekeerd geen tweede voorzetsel vóór de aanvulling toe: behoefte aan hulp, niet behoefte voor aan hulp.
Bij personen gebruik je een persoonlijk voornaamwoord; bij zaken meestal er + voorzetsel
Als de aanvulling een persoon is, blijft het voorzetsel vóór een persoonlijk voornaamwoord staan: Ik ben trots op haar en Hij is afhankelijk van hen. Gaat het om een al genoemde zaak, plan of situatie, dan vervang je die normaal door er + voorzetsel. De twee delen kunnen naast elkaar of gescheiden staan.
| Volledige aanvulling | Vervanging | Resultaat |
|---|---|---|
| trots op het resultaat | er + op | We zijn er erg trots op. |
| afhankelijk van de subsidie | er + van | De organisatie is ervan afhankelijk. |
| behoefte aan extra ruimte | er + aan | Daar is nog steeds behoefte aan. |
| bezwaar tegen het tijdstip | er + tegen | Niemand had er bezwaar tegen. |
De pagina over er + voorzetsel behandelt aaneengeschreven en gesplitste vormen. Gebruik in een betrekkelijke bijzin over een zaak waar + voorzetsel: de regeling waarop zij recht hebben. Bij een persoon staat voorzetsel + wie: de collega op wie zij trots is. Lees meer bij betrekkelijke bijzinnen met een voorzetsel.
Een volgende bijzin is een afzonderlijk gevorderd patroon
Deze pagina behandelt aanvullingen als naamwoordgroep: trots op haar werk en behoefte aan rust. Is de aanvulling een hele bijzin, dan kan een vooruitwijzende vorm nodig zijn, zoals in Ik ben er trots op dat zij is geslaagd. De verplichte en optionele patronen er + voorzetsel + bijzin horen bij er + voorzetsel vóór een bijzin. Leid ze niet af uit de korte lijsten op deze pagina.
Een betrouwbare manier om de combinaties te leren
- Noteer het bepalende woord en het voorzetsel samen: benieuwd naar, niet alleen benieuwd.
- Voeg één voorbeeld met een naamwoordgroep toe: benieuwd naar de uitslag.
- Voeg de vraagvorm toe: Waar ben je benieuwd naar? Daarin zie je hetzelfde voorzetsel.
- Noteer bij een zelfstandig naamwoord zo nodig ook een verwant gezegde: recht op en recht hebben op.
- Behandel een tweede ingeburgerd voorzetsel als variatie om te controleren, niet als bewijs dat elk voorzetsel mogelijk is.
Wanneer gebruik je een vaste aanvulling?
- Gebruik het voorzetsel dat bij het bijvoeglijk of zelfstandig naamwoord hoort, ook als een andere taal een ander voorzetsel kiest.
- Behoud hetzelfde voorzetsel als het zelfstandig naamwoord deel wordt van een groter gezegde, zoals recht hebben op.
- Raadpleeg een woordenboek als je de volledige combinatie niet kent. Uit de betekenis alleen kun je het voorzetsel niet betrouwbaar voorspellen.
Veelgemaakte fouten
- Vertaal het voorzetsel niet woord voor woord uit een andere taal. Het Nederlands heeft trots op; kies de combinatie niet op basis van een buitenlands voorzetsel.
- Laat het voorzetsel bij de aanvulling niet weg: schrijf recht op ondersteuning en gebrek aan personeel.
- Gebruik bij een zaak geen los voornaamwoord na het voorzetsel als een voornaamwoordelijk bijwoord nodig is: normaal Ik ben er trots op, niet Ik ben trots op het.
- Gebruik er + voorzetsel niet voor een persoon: schrijf Ik ben trots op haar.
- Gebruik deze lijst met naamwoordgroepen niet om te raden of erop dat vóór een bijzin verplicht is. Controleer het bijzinpatroon afzonderlijk.
Lees ook
Vergelijk vaste werkwoorden met een voorzetsel, voorzetsel-er en de kernbetekenissen van voorzetsels. Dezelfde voorzetsels komen ook in betrekkelijke bijzinnen voor.
- Welke zin gebruikt de vaste combinatie met het bijvoeglijk naamwoord correct?
- *Ik ben benieuwd op je reactie.*
- *Ik ben benieuwd naar je reactie.*
- *Ik ben benieuwd voor je reactie.*
- *Ik ben benieuwd aan je reactie.*
Het bijvoeglijk naamwoord kiest *naar*. Leer de volledige combinatie *benieuwd naar*.
- Vul de naamwoordgroep aan: *een groot gebrek ___ personeel*.
- op
- voor
- aan
- naar
De vaste combinatie met het zelfstandig naamwoord is *gebrek aan*: *een groot gebrek aan personeel*.
- Welke zin verwijst correct terug naar *het resultaat*?
- *We zijn trots op het.*
- *We zijn het trots op.*
- *We zijn er trots op.*
- *We zijn op er trots.*
Een aanvulling die een zaak noemt, wordt normaal *er + voorzetsel*. De gesplitste vorm *er trots op* is correct.
- Welk paar behoudt hetzelfde voorzetsel dat het zelfstandig naamwoord kiest?
- *het recht aan hulp* / *recht hebben op hulp*
- *het recht op hulp* / *recht hebben op hulp*
- *het recht voor hulp* / *recht hebben aan hulp*
- *het recht naar hulp* / *recht hebben voor hulp*
Zowel de naamwoordgroep als het gezegde gebruikt *op*: *het recht op* en *recht hebben op*.
- Welke zin verwijst correct naar een persoon?
- *De coach is erop trots.*
- *De coach is op zij trots.*
- *De coach is trots er op.*
- *De coach is trots op haar.*
Bij een persoon blijft het voorzetsel vóór het persoonlijk voornaamwoord staan: *trots op haar*.
Test jezelf
Question 1 of 5
Welke zin gebruikt de vaste combinatie met het bijvoeglijk naamwoord correct?