De of het switch?
de switch
Betekenis
switch (act of switching)
Voorbeeld
Hij maakte een grote switch in zijn leven door te verhuizen.
He made a big switch in his life by moving to a new place.
- Meervoud
- de switches
- Verkleinwoord
- het switchje
- Aanwijzend
- deze switch / die switch
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie switch / de mooie switch