Skip to main content

De or het zorg?

de zorg

Meaning

care

Example

Hij werkt in de zorg.

He works in the healthcare sector.

Ik maak me geen zorgen over de toekomst.

I have no worries about the future.

Plural
de zorgen
Diminutive
het zorgje
Demonstrative
deze zorg / die zorg
With an adjective
een mooie zorg / de mooie zorg