Vanaf welke datum tellen de 10 weken?
Je gemeente moet je PIP normaal gesproken binnen 10 weken vaststellen. De termijn begint op de datum van de brief waarin staat dat je moet inburgeren. Deze regel geldt onder de Wet inburgering 2021. Was je op die datum nog niet ingeschreven in de gemeente waar je een woning toegewezen krijgt? Dan tellen de 10 weken vanaf je inschrijving daar. De datum van de brede intake is een aparte startdatum voor de statistieken. Vraag je gemeente welke wettelijke startdatum voor jou geldt en of er een uitzondering is.
Wat legt je PIP vast?
Je PIP legt je leerroute en verplichtingen vast. Eerst houdt je gemeente de brede intake. Daarbij kijkt de gemeente naar je opleiding, werkervaring, leervermogen en persoonlijke situatie. Daarna legt de gemeente in het persoonlijk plan inburgering en participatie vast welke route en begeleiding je nodig hebt.
De Wet inburgering 2021 geldt als je inburgeringsplicht op of na 1 januari 2022 begon. Het overzicht van de Rijksoverheid over de nieuwe wet (Externe website, opent in een nieuw tabblad) legt uit wat de gemeente doet.
Met het PIP stelt de gemeente je leerroute officieel vast. Als het plan later klaar is, kan je leerroute ook later beginnen.
Je hebt 3 jaar om in te burgeren. Die inburgeringstermijn begint op de dag na de datum van je eerste PIP. Als de gemeente je PIP aanpast, blijft de startdatum hetzelfde. Deze regels staan in artikelen 11, 14 en 15 van de wet (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Wil je weten welke stappen er vóór je huisvesting in de gemeente komen? Lees over de route van COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers) naar je gemeente. Lees voor de achtergrond van de hervorming wat er veranderde onder de Wet inburgering 2021.
Wanneer begint de wettelijke termijn van 10 weken?
De termijn begint normaal gesproken op de datum van de brief waarin staat dat je moet inburgeren. DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) (Externe website, opent in een nieuw tabblad) stuurt deze brief. Je gemeente moet je PIP binnen 10 weken na die datum vaststellen.
Er geldt een andere startdatum als je op de datum van die brief nog niet was ingeschreven in de gemeente waar je een woning toegewezen krijgt. Het gaat om huisvesting volgens artikel 28 van de Huisvestingswet 2014, bijvoorbeeld na verblijf in de asielopvang. Je gemeente heeft dan 10 weken vanaf je inschrijving in de BRP (Basisregistratie Personen) van die gemeente. De wijziging van artikel 5.3 uit 2022 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) legt beide startdatums vast.
De gemeente mag alleen langer dan 10 weken wachten als noodzakelijke informatie van een derde ontbreekt. Zonder die informatie moet het redelijkerwijs onmogelijk zijn om het PIP op tijd vast te stellen. Zodra de informatie binnen is, moet de gemeente het plan binnen 2 weken vaststellen. Een personeelstekort valt niet onder deze uitzondering. Vertraging bij de organisatie die de intake voor de gemeente uitvoert, valt er ook niet onder.
Begint je termijn bijvoorbeeld op 1 september 2026? Dan moet je PIP uiterlijk op 10 november 2026 klaar zijn, tenzij de wettelijke uitzondering geldt. De datum van je intake laat de termijn van 10 weken niet opnieuw beginnen.
Verhuis je terwijl je al een PIP hebt? Dan heeft je nieuwe gemeente 10 weken vanaf je inschrijving daar om het plan opnieuw vast te stellen. In de gids over verhuizen tijdens je inburgering lees je hoe je voorkomt dat je plan en lessen vertraging oplopen.
Hoe lang wachten mensen vanaf de intake?
Ongeveer 71% van de gemeten groep had binnen 10 weken na het begin van de brede intake een PIP. De tabel gebruikt CBS-cijfers van eind 2025. Het gaat om ongeveer 83.600 mensen bij wie de tijd tussen intake en PIP meetbaar was. De tabel laat zien hoe lang zij hebben gewacht vanaf de intake. Je kunt er niet uit afleiden of hun gemeente de wettelijke termijn haalde.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Tijd van begin intake tot PIP | Mensen | Aandeel |
|---|---|---|
| Minder dan 4 weken | Ongeveer 34.200 | Ongeveer 41% |
| 4–10 weken | Ongeveer 25.100 | Ongeveer 30% |
| 10–15 weken | Ongeveer 10.100 | Ongeveer 12% |
| 15–30 weken | Ongeveer 9.900 | Ongeveer 12% |
| 30 weken of meer | Ongeveer 4.300 | Ongeveer 5% |
De eerste twee rijen tellen samen op tot ongeveer 71%. Ongeveer 29% wachtte langer dan 10 weken. Daaronder valt de groep van ongeveer 5% die 30 weken of langer wachtte.
Hoe lang wachten mensen vanaf hun vestiging?
Het CBS meet ook de tijd tussen de vestiging in de gemeente en het PIP. Voor asielmigranten gebruikt het CBS meestal de datum waarop hun opvangovereenkomst met COA eindigt.
Voor asielmigranten gebruikt het CBS de datum van de DUO-brief in deze drie situaties:
- Zij hebben nooit in de opvang van COA gewoond.
- Zij stonden ingeschreven bij COA, maar woonden ergens anders.
- Hun opvangovereenkomst eindigde vóór 2022.
Voor gezinsmigranten en overige migranten gebruikt het CBS ook de datum van de DUO-brief. Zij zijn dan al gevestigd. Dit zijn startdatums voor de statistieken. Vraag je gemeente welke startdatum voor jouw wettelijke termijn geldt.
De cijfers van eind 2025 over vestiging gaan over ongeveer 96.700 mensen. Ongeveer 6% had al een PIP vóór de vestiging. Nog eens 7% kreeg het in minder dan 4 weken en 27% tussen 4 en 10 weken. Als je de plannen van vóór de vestiging meetelt, had ongeveer 40% uiterlijk 10 weken na de vestiging een PIP.
De twee landelijke percentages verschillen ongeveer 31 procentpunten. Ze gebruiken verschillende startdatums en verschillende groepen met meetbare datums. De meting vanaf vestiging kan ook de wachttijd vóór de intake bevatten. Het verschil is daarom geen exacte meting van de wachttijd op de intake.
Hoe verschillen de wachttijden per gemeente?
Het aandeel met een PIP binnen 10 weken vanaf de intake loopt uiteen van ongeveer 27% tot 100%. Dat geldt voor gemeenten met minstens 50 gemeten gevallen. Onze vergelijking bevat 272 van de 328 gemeenten met bruikbare gegevens. We laten 56 gemeenten met minder dan 50 gevallen weg. Als je de gemeenten op hun percentage rangschikt, heeft de middelste gemeente een aandeel van ongeveer 83%.
De tabel toont vijf gemeenten met de hoogste aandelen en vijf met de laagste. We gebruiken de CBS-kaartgegevens van eind 2025. Zoek je een andere gemeente? Bekijk de CBS-kaarten met de PIP-cijfers per gemeente (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Gemeente | PIP binnen 10 weken vanaf intake | Gemeten gevallen |
|---|---|---|
| Vlaardingen (hoogste aandelen) | Ongeveer 100% | Ongeveer 495 |
| Schiedam (hoogste aandelen) | Ongeveer 100% | Ongeveer 465 |
| Westland (hoogste aandelen) | Ongeveer 100% | Ongeveer 455 |
| Heerenveen (hoogste aandelen) | Ongeveer 100% | Ongeveer 260 |
| Wijchen (hoogste aandelen) | Ongeveer 100% | Ongeveer 245 |
| Papendrecht (laagste aandelen) | Ongeveer 35% | Ongeveer 100 |
| Heemskerk (laagste aandelen) | Ongeveer 34% | Ongeveer 175 |
| Gilze en Rijen (laagste aandelen) | Ongeveer 32% | Ongeveer 110 |
| Venlo (laagste aandelen) | Ongeveer 30% | Ongeveer 485 |
| Oisterwijk (laagste aandelen) | Ongeveer 27% | Ongeveer 55 |
Het CBS rondt aantallen af op vijftallen. Kleine verschillen tussen gemeenten kunnen dus door afronding komen. De tabellen beschrijven de geregistreerde wachttijden. Ze verklaren niet waarom een gemeente meer tijd nodig had.
Het CBS toont ook een kaart van het aandeel met een PIP uiterlijk 10 weken na vestiging. Met dezelfde grens van minstens 50 gevallen bevat deze vergelijking 295 van de 324 gemeenten met bruikbare gegevens. We laten 29 gemeenten met minder dan 50 gevallen weg. Het middelste aandeel is ongeveer 53%. Sommige grotere gemeenten blijven onder de 10%. Daaronder valt 's-Gravenhage (Den Haag), met ongeveer 3.955 gevallen.
De kaart vanaf vestiging telt de tijd vóór de intake mee. De kaart vanaf de intake begint bij de intake. Geen van beide kaarten controleert voor iedere persoon de juiste wettelijke startdatum en de uitzondering.
Waarom kun je de cijfers van eind 2022 niet vergelijken?
De cijfers van eind 2022 laten zien of mensen aan het einde van dat jaar een PIP hadden. De cijfers van eind 2025 meten hoe lang mensen met bruikbare datums hebben gewacht. In het rapport van april 2024 telde het CBS ongeveer 26.500 mensen van wie de inburgeringsplicht in 2022 begon. Ongeveer 34% had aan het einde van dat jaar een PIP. Ongeveer twee derde had er nog geen. Deze cijfers waren voorlopig. Het CBS-rapport over 2022 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) laat zien hoeveel mensen in het eerste jaar van de wet een PIP hadden.
Gebruik de wachttijden van eind 2025 als historische context. Vraag je gemeente naar de stand van zaken in je eigen dossier.
Hoe hebben we de aandelen berekend?
We hebben de CSV-bestanden gebruikt die je per grafiek kunt downloaden uit het CBS-overzicht Statistiek Wet Inburgering. Een CSV-bestand bevat gegevens die je in een rekenblad kunt openen. De grafieken tot eind 2025 gaan over de eerste 4 jaar van de wet.
De CBS-toelichting bij de PIP-grafieken (Externe website, opent in een nieuw tabblad) beschrijft wie meetelt. Mensen van wie de inburgeringsplicht is vervallen, tellen niet mee. Dat geldt ook voor mensen met een vrijstelling of ontheffing. Mensen uit deze groepen tellen wel mee als zij zowel een begindatum van de intake als een PIP hadden. Mensen die hun inburgering hebben afgerond, tellen ook mee.
De cijfers vanaf de intake gebruiken de eerste geregistreerde intakedatum bij de oorspronkelijke gemeente. Ook gebruiken ze de eerste geregistreerde PIP-datum. Mensen met een onbekende intakedatum tellen niet mee. Mensen bij wie de PIP-datum vóór het begin van de intake ligt, tellen ook niet mee.
We laten gemeenten met minder dan 50 gemeten gevallen weg. Daardoor hebben heel kleine groepen minder invloed op de vergelijking. Het CBS toont geen aantallen onder de 10. Door afronding tellen de afzonderlijke categorieën niet altijd precies op tot het totaal.
Het CBS kan de voorlopige cijfers over 2025 nog aanpassen. Wij analyseren de officiële statistieken. Het CBS publiceert de gegevens waarop onze analyse is gebaseerd.
Wat kun je doen als je nog op je PIP wacht?
Wacht je op je eerste PIP? Vraag je gemeente vanaf welke datum je wettelijke termijn loopt en wanneer je plan klaar is. Geef de datum van je DUO-brief door. Heb je via de gemeente een woning toegewezen gekregen? Geef dan ook je inschrijvingsdatum in die gemeente door. Zijn er vanaf je wettelijke startdatum meer dan 10 weken voorbij? Vraag of de uitzondering voor ontbrekende informatie van een derde geldt. Vraag ook welke informatie nog ontbreekt.
Verhuis je met een bestaand PIP? Tel de 10 weken voor je nieuwe gemeente vanaf je inschrijving daar. Je oorspronkelijke inburgeringstermijn van 3 jaar loopt door. Gebruik de CBS-cijfers om geregistreerde wachttijden te vergelijken. Gebruik je eigen datums om de wettelijke termijn te controleren.
Is je PIP vastgesteld? Dan stuurt DUO je een tweede brief. Daarin staat vanaf welke datum je moet inburgeren. Die datum kun je ook bekijken in Mijn Inburgering.
Lees ook:
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- CBS: overzicht Statistiek Wet Inburgering (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Landelijke wachttijden voor het PIP en kaarten met het aandeel per gemeente dat binnen 10 weken een PIP heeft, tot eind 2025. De cijfers over 2025 zijn voorlopig. Het CBS rondt aantallen in de gegevensbestanden af op vijftallen. De cijfers vanaf de intake meten de tijd sinds het begin van de intake. Ze laten niet zien of de gemeente de wettelijke termijn haalt.
- Rijksoverheid: Wet inburgering 2021 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Deze wet geldt voor mensen die vanaf 1 januari 2022 moeten inburgeren. De gemeente voert de brede intake uit en stelt het persoonlijke plan vast.
- Besluit inburgering 2021: gewijzigde termijn voor het PIP (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Artikel I, onderdeel E, wijzigt artikel 5.3. De termijn is 10 weken vanaf de schriftelijke kennisgeving van de inburgeringsplicht, of vanaf de genoemde inschrijvingsdatum bij toegewezen gemeentelijke huisvesting. De gemeente mag langer wachten als noodzakelijke informatie van een derde ontbreekt. Na ontvangst moet het plan binnen 2 weken klaar zijn.
- Wet inburgering 2021: intake, PIP en inburgeringstermijn (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Artikelen 14 en 15 beschrijven de intake en de leerroute, begeleiding en verplichtingen in het PIP. Volgens artikel 11 begint de inburgeringstermijn van 3 jaar op de dag na de datum van het eerste PIP. Een aangepast plan verandert die startdatum niet.
- Besluit inburgering 2021: PIP na een verhuizing (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Artikel 5.3, tweede lid, wordt door de wijziging uit 2022 het derde lid. De nieuwe gemeente moet een bestaand PIP binnen 10 weken na de inschrijving opnieuw vaststellen.
- CBS: rapport Statistiek Wet Inburgering 2022 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Dit historische rapport verscheen in april 2024. Ongeveer 26.500 mensen werden in 2022 inburgeringsplichtig onder de nieuwe wet. Aan het eind van dat jaar had 34% een PIP. Deze voorlopige cijfers meten een andere groep en een andere vraag dan de wachttijden tot eind 2025.
- DUO: de inburgeringsbrief en brede intake (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Onder de Wet inburgering 2021 stuurt DUO een brief waarin staat dat je moet inburgeren. De gemeente nodigt je uit voor de brede intake en legt je leerroute en verplichte examens vast in een PIP.
- DUO: de tweede brief en je inburgeringstermijn (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Als het PIP is vastgesteld, stuurt DUO een tweede brief met de datum vanaf wanneer je moet inburgeren. Je kunt deze datum ook bekijken in Mijn Inburgering.