B1 Schrijven: 12 opdrachten in 100 minuten
Schrijven in Programma I op B1-niveau heeft 12 opdrachten: 8 zinstaken, 2 deelschrijftaken en 2 korte schrijftaken. Je krijgt 100 minuten. Je typt je antwoorden op een computer en kiest zelf de volgorde van de opdrachten. Je slaagt met een score van 500.
Het niveau en de hulpmiddelen bij B1 Schrijven
Programma I toetst Nederlands op B1-niveau van het ERK (Europees Referentiekader voor Talen). De opdrachten gaan over werk, opleiding en het dagelijks leven op niveau 3 en 4 van het mbo (middelbaar beroepsonderwijs). Lees de officiële uitleg over Programma I (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
In 2026 gebruik je een QWERTY-toetsenbord. De eerste zes lettertoetsen zijn Q-W-E-R-T-Y. De toetsenbordinstelling is VS Internationaal en de taalinstelling is Nederlands. De computer heeft geen spellingscontrole. Oefen met deze instellingen het typen van ë, é, ï en €. Deze regels staan in het examenreglement voor 2026 (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Je mag alleen het papieren Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal gebruiken. Neem je eigen exemplaar mee. Er mogen geen aantekeningen in staan en geen losse briefjes in zitten. Bij Lezen mag je hetzelfde woordenboek gebruiken. Bekijk de officiële regels voor het woordenboek (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Je kunt tussen opdrachten wisselen en teruggaan naar een eerder antwoord. De instructiefilm Schrijven (Externe website, opent in een nieuw tabblad) laat de opdrachtnummers, de tijdklok en de knop voor speciale tekens zien.
Wil je weten hoe Schrijven op andere niveaus werkt? Lees de gids voor Schrijven op A2, B1 en B2. Voor de eisen bij inburgering lees je de gids voor de B1-route.
De drie soorten schrijfopdrachten
Bij het officiële examen krijg je de drie soorten opdrachten in de tabel. De onderwerpen kunnen veranderen, maar het aantal opdrachten blijft gelijk. Gebruik het officiële overzicht van de schrijfopdrachten (Externe website, opent in een nieuw tabblad) om je oefeningen te plannen.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Soort opdracht | Aantal | Wat je schrijft |
|---|---|---|
| Zinstaak | 8 | Je schrijft één of enkele zinnen, of maakt ze af. Je antwoord moet passen bij de situatie. Gebruik de juiste woordvolgorde. |
| Deelschrijftaak | 2 | Je vult een formulier in, maakt een tekst af of schrijft een kort praktisch bericht. Neem alle gevraagde details op. |
| Korte schrijftaak | 2 | Je schrijft een korte e-mail, brief, verslag, beschrijving, klacht of vergelijking. Verwerk alle gevraagde punten. Geef de details die de lezer nodig heeft om je tekst te begrijpen. |
Als je gewend bent om bij een taalexamen lange opstellen te schrijven, oefen hier dan met korte antwoorden die precies passen bij de opdracht.
Hoe je punten krijgt en wanneer je slaagt
De beoordelaars controleren bij elke zinstaak de inhoud en de grammatica. Je antwoord moet passen bij de opdracht en begrijpelijk zijn. Voor elk onderdeel krijg je 0 of 1 punt. Als je 0 punten krijgt voor de inhoud, krijg je ook 0 punten voor de grammatica. Dit staat in de officiële beoordelingsnormen (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Bij langere opdrachten tellen inhoud en grammatica altijd mee. Als je alle gevraagde details noemt, is de beginscore voor de inhoud 2 van de 3 punten. De kwaliteit van je hele antwoord kan die score verhogen of verlagen. Afhankelijk van de opdracht kun je ook punten krijgen voor spelling, samenhang en woordgebruik. Bij een formulier krijg je geen punten voor samenhang.
Schrijf je eigen antwoord. Volledige zinnen die je uit de opdracht kopieert, leveren geen punten op. Je mag wel delen van zinnen overnemen. Denk aan een naam of de woorden die je nodig hebt om een begonnen zin af te maken.
Je slaagt met een vaardigheidsscore van 500 of hoger. Je behaalde punten worden omgezet naar deze score. Hoeveel punten je nodig hebt, hangt af van de opdrachten en hun moeilijkheid. Lees de officiële uitleg over de beoordeling (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Bij de openbare examens van 2023–2025 was ongeveer 54% van de punten genoeg om te slagen: 25 van de 47 of 26 van de 48. Gebruik het beoordelingsmodel van het openbare examen waarmee je oefent.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Openbaar examen | Maximaal aantal punten | Punten om te slagen | Vaardigheidsscore |
|---|---|---|---|
| 2023 | 47 | 25 | 501 |
| 2024 | 48 | 26 | 502 |
| 2025 | 47 | 25 | 503 |
Een tijdsplan voor 100 minuten
Met dit oefenplan houd je tijd over voor alle 12 opdrachten en een laatste controle. Als je overal de langste tijd uit de tabel kiest, kom je op 105 minuten. Kies daarom tijden die samen niet meer dan 100 minuten zijn. Oefen met een tijdklok.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Opdrachten | Tijd om mee te oefenen | Voorbeeld voor 100 minuten |
|---|---|---|
| 1–8: zinstaken | 15–20 minuten | 20 minuten |
| 9–10: deelschrijftaken | 20–25 minuten | 25 minuten |
| 11–12: korte teksten | 45–50 minuten | 45 minuten |
| Laatste controle | 5–10 minuten | 10 minuten |
Houd je antwoord bij een zinstaak zo kort als de opdracht toelaat. Controleer bij deelschrijftaken elke vraag en de informatie uit elk plaatje. Maak bij korte teksten eerst een klein plan en schrijf daarna in alinea’s. Gebruik je 50 minuten voor opdrachten 11–12? Houd dan 5 minuten over voor de laatste controle.
Zoek bij de laatste controle naar ontbrekende datums en redenen. Kijk of je volledige zinnen uit de opdracht hebt gekopieerd. Controleer ook de volgorde van de werkwoorden na omdat, als en zodat.
Waarmee en hoe je oefent
Bekijk eerst de officiële instructiefilm Schrijven. Oefen daarna in de officiële oefenomgeving voor het Staatsexamen NT2 (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Gebruik daarvoor een computer of laptop. Wil je extra oefenen met opdrachten van Inburgering.org? Maak dan het gratis B1-oefenexamen Schrijven.
De 12 opdrachten hieronder zijn voor deze oefenset gemaakt. Schrijf je antwoorden in het Nederlands. De gegevens over de school, het hotel en de bedrijven zijn verzonnen voor deze oefeningen.
In de opdrachten staan ROC (regionaal opleidingencentrum), Verzorgende IG (verzorgende in de individuele gezondheidszorg) en gemeente. Bij te + infinitief gebruik je te met het hele werkwoord, zoals te oefenen.
Opdrachten 1–8: zinnen schrijven
Schrijf bij elke opdracht één of twee zinnen. Moet je een zin afmaken? Zorg dat je antwoord past bij de situatie.
Bij opdrachten 1–4 maak je een zin of een vraag af. In de begonnen zinnen staan onder meer want en daarom.
-
Teamoverleg vrijdag
U werkt bij een apotheek. U stuurt een e-mail naar uw collega. Maak de zin af: Vrijdag kan ik helaas niet bij het teamoverleg zijn, want ...
-
Opleiding Verzorgende IG
U wilt misschien de opleiding Verzorgende IG volgen. U stuurt een bericht aan een vriend die deze opleiding doet. Maak de zin af: Ik wil graag met je afspreken, zodat ...
-
Printer werkt niet
U werkt op de administratie van een school. De printer doet het niet. Maak de zin af: De printer is vandaag kapot. Daarom ...
-
Extra oefenen Nederlands
U volgt een cursus Nederlands. U schrijft een bericht aan uw klasgenoten. Maak de zin af met te + infinitief: Wie heeft er tijd om samen ... te ...?
Bij opdrachten 5–8 schrijf je een oplossing, idee, instructie of mededeling:
-
Lokaal reserveren
U werkt op het secretariaat van een ROC. Een docent wil lokaal 2.14 reserveren, maar dat lokaal is bezet. Schrijf een passende oplossing in een e-mail.
-
Overgebleven posters
U hebt met medestudenten posters gemaakt voor een project. Er zijn veel posters over. Schrijf een idee om met de posters geld te verdienen.
-
Actie bij fietsenmaker
U hebt een fietsenmakerij. Volgende week controleert u fietsbanden voor 4 euro. Schrijf wat klanten moeten doen als ze gebruik willen maken van de actie.
-
Prijs voor sportclub
Uw sportclub heeft meegedaan aan een wedstrijd voor sportclubs in de gemeente. Schrijf een bericht op de website waarin u vertelt dat de club een geldprijs heeft gewonnen.
Opdrachten 9–10: deelschrijftaken
Bij deze opdrachten oefen je met een formulier en een kort bericht. Neem elk gevraagd detail op in je antwoord.
Opdracht 9: extra praktijklessen
Je volgt de opleiding Zorgassistent bij ROC Molenwaard. De school vraagt studenten of ze extra praktijklessen willen. Vul het formulier volledig in het Nederlands in. Je mag de informatie zelf verzinnen.
- Welke praktijkles wilt u extra volgen? Leg ook uit waarom.
- Op welke dag of dagen kunt u de extra les volgen?
- Wilt u de les liever in de ochtend of in de middag volgen? Waarom?
- Welke vaardigheid wilt u vooral oefenen tijdens de les?
- Wilt u alleen oefenen of samen met andere studenten? Leg uit waarom.
- Hebt u al ervaring met dit onderwerp? Zo ja, welke ervaring? Zo nee, wat vindt u moeilijk?
Opdracht 10: een teamdag
Je werkt bij de receptie van Hotel Lindenhof. Vorige week ging je team naar Rotterdam. Je manager stelt twee vragen: wat vond je van de teamdag en waar wil je volgend jaar naartoe? Gebruik beide plaatjesbeschrijvingen. De plaatjes komen niet bij je e-mail. Je tekst moet dus ook zonder de plaatjes begrijpelijk zijn.
- Plaatje 1: Vier collega’s krijgen een rondleiding in de haven van Rotterdam. Ze staan bij het water en kijken naar grote schepen.
- Plaatje 2: De collega’s lunchen op een markt. Ze kopen broodjes en drinken koffie bij een kraam.
Verwerk alle drie de punten in je e-mail:
- Beschrijf wat jij en je collega’s in Rotterdam hebben gedaan. Gebruik beide plaatjesbeschrijvingen.
- Schrijf welke activiteit je het leukst vond en leg uit waarom.
- Schrijf welke stad je volgend jaar met je collega’s wilt bezoeken en leg uit waarom.
Opdrachten 11–12: korte teksten schrijven
Bij deze opdrachten oefen je met een klacht en een vergelijking. Gebruik de informatie uit de situatie en beantwoord elk punt.
Opdracht 11: een laptop wordt te laat geleverd
Je hebt een laptop besteld bij computerwinkel SnelComp. Vandaag kreeg je een bericht: de laptop komt zes weken later dan verwacht. Schrijf een e-mail in het Nederlands aan de klantenservice.
Verwerk alle zes de punten in je e-mail:
- Schrijf welke laptop je hebt besteld en wanneer je die hebt besteld.
- Schrijf de oorspronkelijke leverdatum en de nieuwe leverdatum.
- Schrijf wat je van de late levering vindt en waarom.
- Doe minimaal twee voorstellen voor een oplossing, bijvoorbeeld korting, een leenlaptop, gratis accessoires of annuleren zonder kosten.
- Schrijf welke oplossing je voorkeur heeft en waarom.
- Schrijf wat je van SnelComp verwacht.
Opdracht 12: een stage kiezen
Je volgt de opleiding Administratief medewerker. Jij en een klasgenoot zoeken een stageplek. Je hebt drie mogelijke bedrijven gevonden. Gebruik de tabel in je e-mail aan je klasgenoot. De tabel komt niet bij de e-mail, dus beschrijf de relevante informatie zelf.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Stagebedrijf | Dag | Tijd | Vergoeding | Reistijd | Taken |
|---|---|---|---|---|---|
| Administratiekantoor Vliet | maandag | 09:00 tot 17:00 uur | € 130 per maand | 20 minuten | facturen controleren, telefoon opnemen |
| Zorgcentrum Merel | dinsdag | 08:30 tot 16:30 uur | € 90 per maand | 10 minuten | afspraken plannen, bezoekers ontvangen |
| Sportclub Tempo | zaterdag | 10:00 tot 18:00 uur | € 110 per maand | 35 minuten | leden inschrijven, e-mails beantwoorden |
Verwerk alle vijf de punten in je e-mail:
- Leg uit waarom je schrijft.
- Schrijf welke drie stagebedrijven je hebt gevonden.
- Kies het bedrijf dat je voorkeur heeft en geef minimaal twee redenen uit de tabel.
- Leg uit waarom de andere twee bedrijven minder geschikt zijn. Geef per bedrijf minimaal één reden.
- Schrijf hoe jij en je klasgenoot contact kunnen opnemen met het bedrijf van je voorkeur. Je mag deze informatie zelf verzinnen.
Wil je ook een echte sollicitatie schrijven? Lees dan de gids voor solliciteren in Nederland.
Controleer je oefenantwoorden
Controleer je antwoorden na elke oefenset met de vijf vragen hieronder. Zo zie je wat nog ontbreekt. Om een openbaar examen te beoordelen, heb je het officiële beoordelingsmodel nodig.
Gebruik voor deze oefenset van 12 opdrachten 2 punten per zinstaak, 7 punten voor het formulier en 8 punten voor elk van de drie andere teksten. Dat zijn samen 47 punten. Op basis van de openbare examens hierboven heb je ongeveer 25 van de 47 punten nodig om te slagen. Vraag een docent om je antwoorden met de officiële criteria na te kijken.
- Inhoud: heb je elk gevraagd punt beantwoord en past je antwoord bij de situatie?
- Grammatica: staan je werkwoorden op de juiste plek, vooral na omdat, als, dat en zodat?
- Spelling: heb je veelvoorkomende woorden, datums, adressen en formele afsluitingen gecontroleerd?
- Samenhang: verbind je ideeën met woorden zoals eerst, daarna, daarom, want en omdat?
- Woordgebruik: gebruik je woorden die duidelijk passen bij de opdracht? Kijk of je hetzelfde woord te vaak herhaalt.
Maak een korte lijst met zinnen voor formele en informele openingen, voorstellen, klachten, voorkeuren en verwachtingen. Zet elk soort zin in een eigen groep. Voeg na elke oefenset de zinnen toe die je bij die opdrachten nodig had.
Je oefenplan voor de examendag
Vergeet je details? Controleer dan eerst elk punt uit de opdracht naast je antwoord. Kijk daarna naar de grammatica. Kom je tijd tekort? Oefen dan met het tijdsplan van 100 minuten hierboven. Maak elke week een volledige set, totdat je 5–10 minuten overhoudt voor de laatste controle.
Oefen speciale tekens met de toetsenbordinstelling VS Internationaal. Bekijk de officiële instructiefilm en gebruik de oefenomgeving om het examenscherm te leren kennen.
Een correcte zin kan toch 0 punten krijgen als je de opdracht niet uitvoert. Controleer daarom eerst wat de opdracht vraagt. Besteed daarna pas tijd aan een betere formulering.
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- Inburgeren.nl — Taalexamens (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Bevestigt dat het B1-schrijfexamen 100 minuten duurt.
- Staatsexamens Nt2 — Instructiefilm Schrijven (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Laat het examenscherm, het wisselen tussen opdrachten, speciale tekens en het toegestane woordenboek zien.
- Staatsexamens Nt2 — Hoe gaat het examen? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Bevestigt de regels voor het woordenboek bij Schrijven en Lezen.
- Regeling beoordelingsnormen Staatsexamen Nt2 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Geeft het aantal opdrachten, de beoordelingscriteria en de grens van 500 punten om te slagen.
- Regeling examenprogramma Staatsexamen Nt2 2024 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Beschrijft Programma I op B1-niveau en de situaties uit werk en opleiding.
- Staatsexamens Nt2 — Soorten schrijfopdrachten (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Bevestigt de verdeling: 8 zinstaken, 2 deelschrijftaken en 2 korte schrijftaken.
- Staatsexamens Nt2 — Programma I en B1 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Legt B1 uit en beschrijft de doelgroep op mbo-niveau 3 en 4.
- Staatsexamens Nt2 — Beoordeling van het examen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Bevestigt dat getrainde beoordelaars het examen nakijken en dat je minstens 500 punten nodig hebt.
- Regeling examenreglement Staatsexamen Nt2 2026 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Bevestigt de toetsenbordinstellingen voor 2026, het ontbreken van spellingscontrole en de regel voor het papieren woordenboek.
- Staatsexamens Nt2 — Examens oefenen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Verwijst naar de officiële oefenomgeving en adviseert om eerst de instructiefilms te bekijken.
- CvTE (College voor Toetsen en Examens) — Beoordelingsmodel openbaar examen Schrijven I 2023 (PDF, 282 KB) (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Geeft de punten en de omzetting naar een vaardigheidsscore voor het openbare schrijfexamen van 2023.
- CvTE — Beoordelingsmodel openbaar examen Schrijven I 2024 (PDF, 277 KB) (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Geeft de punten en de omzetting naar een vaardigheidsscore voor het openbare schrijfexamen van 2024.
- CvTE — Beoordelingsmodel openbaar examen Schrijven I 2025 (PDF, 296 KB) (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Geeft de punten en de omzetting naar een vaardigheidsscore voor het openbare schrijfexamen van 2025.